 |
|
Trauma(verwerking) |
roppie  Beheerder
Lid sinds: 2-12-2004 Posts: 5447 Woonplaats: Maarn Leeftijd: 27 Geslacht: Man
|
Geplaatst: 19 Januari 2005 - 2:48 |
|
In dit topic vind je allerlei informatie terug over de diverse psychische 'stoornissen'. Als je informatie mist, of als je nog meer interessante informatie hebt, stuur dat dan svp in een mail naar beheer@easethepain.nl.
Waarschuwing
Als je je herkent in informatie, die hieronder staat, dan wilt dat nog niet zeggen dat je datgene ook daadwerkelijk hebt. Een psychiater is de enige die een diagnose kan stellen. Als je je ergens in herkent, dan kun je dat natuurlijk wel aangeven bij je hulpverlener, maar je kunt jezelf hierop nooit diagnosticeren.
Daarnaast is het belangrijk om te weten dat veel diagnose's uit de DSM puur een karakterbeschrijving zijn. Ze zijn niet gebaseerd op wetenschappelijke onderbouwing, of zijn gebaseerd op een pseudowetenschap. Als je aan een psychische 'stoornis' lijdt, dan wil dat nog niet zeggen dat je ziek bent. Zoals bijv. bij ADHD hyperactiviteit en concentratieproblemen kenmerken zijn, wil dat nog niet zeggen dat iemand die hyperactief is of concentratieproblemen heeft ziek is.
Hou dus nooit teveel vast aan een diagnose, het draait niet om de diagnose, maar om jouw toekomst. Begin dan ook niet zonder meer met het slikken van psychiatrische medicatie, maar probeer jezelf eerst er bovenop te vechten zonder deze middelen te gebruiken. De manier waarop je omgaat met de kennis van je eigen gedachtenpatronen en karakterkenmerken zijn grotendeels bepalend voor jouw psychische welzijn in de toekomst. Daarnaast heeft medicatie ook de nodige bijwerkingen, zoals verhoogd risico op agressie, destructief gedrag en zelfmoordneigingen. Deze bijwerkingen komen relatief vaak voor, en kunnen desastreuze gevolgen hebben. Dat terwijl deze bijwerkingen veelal niet vermeld worden door medicijnfabrikanten en hulpverleners.
Inhoud
• Posttraumatische Stressstoornis (PTSS)
• Seksueel misbruik
• NIMBY-syndroom
• Rouw(verwerking)
Laatst aangepast door roppie op 31 Augustus 2010 - 21:35, in totaal 7 keer bewerkt |
|
| Naar boven |
|
roppie  Beheerder
Lid sinds: 2-12-2004 Posts: 5447 Woonplaats: Maarn Leeftijd: 27 Geslacht: Man
|
Geplaatst: 19 Januari 2005 - 2:49 |
|
Posttraumatische Stressstoornis (PTSS)
Een posttraumatische stressstoornis is een stoornis die ontstaat als een trauma om de een of andere reden niet goed verwerkt kan worden. Het verwerken van zulke gebeurtenissen is een langdurig en moeilijk proces, en soms komt iemand daar niet goed doorheen. Hij/zij kan de trauma niet verwerken en blijft daar als het ware in steken. Zijn/haar leven kan daardoor totaal ontregeld raken.Posttraumatische Stress-Stoornis is een angststoornis. Deze stoornis gaat gepaard met forse stress verschijnselen die zowel van lichamelijke als psychische aard zijn. Het geestelijk letsel wordt ook psychotrauma genoemd. De naam posttraumatische stressstoornis wordt vaak afgekort tot PTSS of tot PTSD (uit het engels: Post Traumatic Stress Disorder).
Oorzaken
Een posttraumatische stressstoornis is een van de weinige angststoornissen waarvan het begin duidelijk is aan te wijzen. Een traumatische gebeurtenis leidt tot extreme angst. Herinneringen aan het trauma of andere gebeurtenissen die daarmee geassocieerd worden, kunnen eenzelfde reactie oproepen. Van daaruit gaat het eigenlijk net als bij andere angststoornissen: iemand wordt 'bang voor de angst', gaat situaties vermijden die hij/zij als bedreigend ervaart, wordt geregeerd door zijn/haar angst. Het is niet bekend waarom de ene mens een trauma wel kan verwerken en de ander niet. Als het te zwaar blijkt voor iemand, zal dat te maken hebben met de draaglast, dus de ernst van het trauma, en met zijn/haar draagkracht, dus met zijn/haar psychische en lichamelijke weerbaarheid, zijn/haar aanpassingsvermogen, enz.. Voorbeelden van traumatische gebeurtenissen zijn verkrachting, incest, beroving, een auto-ongeluk, oorlogssituaties.
Verschijnselen
Als iemand een ingrijpende gebeurtenis meemaakt, doen zich allerlei angstverschijnselen voor: hartkloppingen, zweten, ademhalingsstoornissen, vluchtneigingen. Die reactie is normaal. Bij iemand met een posttraumatische stress-stoornis gaan die verschijnselen niet over. Ook als de bedreigende situatie allang voorbij is, voelt hij/zij zich alsof hij/zij er nog middenin zit. Het trauma wordt telkens herbeleefd in dromen of herinneringen. Een geluid of beeld kan de angstreactie in volle hevigheid oproepen, en de betrokkene kan daarbij zelfs het gevoel hebben dat de gebeurtenis werkelijk opnieuw plaatsvindt. Het kan zijn dat hij/zij geobsedeerd is door de traumatische gebeurtenissen en over niets anders kan praten. Het kan ook zijn dat hij/zij er juist helemaal niet over praat, in een poging het kwijt te raken.
Posttraumatische stress-stoornis komt voor op alle leeftijden. Anders dan bij andere gedragsstoornissen kan iemand datgene wat hem/haar angst inboezemt niet vermijden. De gebeurtenissen draagt hij/zij bij zich en dat geeft een voortdurende spanning. Bij kinderen uit zich dat bijvoorbeeld met buikpijn en hoofdpijn. Mensen met posttraumatische stress-stoornis gaan zich vaak afsluiten. Ze proberen situaties te vermijden die aan het trauma kan herinneren. Vaak leidt dit tot een emotionele vervlakking, ze reageren alsof ze verdoofd zijn. Soms is er sprake van geheugenverlies, een beschermingsmechanisme tegen herinneringen die te veel angst oproepen. Maar hoe mensen ook proberen om het uit de weg te gaan, zolang de gebeurtenissen niet verwerkt zijn blijven ze in volle hevigheid aanwezig. Mensen blijven dus onder spanning staan en zijn voortdurend waakzaam. Daardoor zijn ze vaak prikkelbaar en schrikachtig, en hebben ze last van slaap-concentratiestoornissen.
Schuld- en minderwaardigheidsgevoelens komen ook vaak voor. Als posttraumatische stress-stoornis lang aanhoudt kunnen de psychische problemen zich uitbreiden en kan iemand depressief worden, suïcidale gedachten krijgen of agressief worden. Voor de mensen in de omgeving heeft posttraumatische stress-stoornis grote gevolgen. Omdat de traumatische gebeurtenissen niet verwerkt worden, blijft iemand als het ware opgesloten in zichzelf: echte belangstelling voor anderen kan hij niet opbrengen. De combinatie van emotionele vervlakking en -zacht gezegd- een slecht humeur dat maar aanblijft, veroorzaakt onherroepelijk spanningen.
Kenmerken
Deze komen meestal pas jaren na de traumatische gebeurtenis naar boven, hieronder de meest voorkomende verschijnselen:
• Vervreemding van lichaam en gevoel
• Blijvende angstverschijnselen, zoals trillen, zweten, hartkloppingen, ademhalingsproblemen
• Herbeleving (nachtmerries en flashbacks)
• Uit geheugen weggevaagd zijn van de traumatische gebeurtenis
• Communicatieproblemen en woede-aanvallen.
• Slaapproblemen.
• Concentratieproblemen.
Verloop
Sommige mensen zijn in staat lichtere vormen van acuut trauma goed te verwerken door erover te praten met familie en vrienden. De ernst en de aard van het trauma kunnen het echter onmogelijk maken over de ernstige gebeurtenissen te spreken. In een gevangenis of een andere onveilige omgeving bijvoorbeeld, kan het te gevaarlijk zijn over schokkende dingen te spreken. Om te overleven moet de narigheid diep weg gestopt worden. Bij kindermishandeling en incest wordt het erover spreken met de omgeving verhinderd door het taboe dat erop rust. Men moet zich als het ware 'de ogen ervoor sluiten', zich 'ervoor afsluiten' en het 'maar vergeten'. Soms zijn de gebeurtenissen zo onverdraaglijk dat men zich beschermt door ze niet tot het bewustzijn en/of geheugen te laten doordringen. Zo kan bij voorbeeld iemand die is aangerand wel exact vertellen hoe de aanranding begon en eindigde, maar zich van het moment van de feitelijke verkrachting niets meer herinneren. Het is een natuurlijke beschermingsmechanisme van de mens dat verdringing wordt genoemd.
De emoties die met een trauma gepaard gingen kunnen soms lang worden verdrongen. Nieuwe gebeurtenissen kunnen maken dat ze, soms vele jaren later, alsnog te voorschijn komen. Posttraumatische stress-stoornis kan op elk moment in iemands leven optreden. Behalve dat de stoornis heel lang kan duren, is er weinig bekend over het verloop als er geen behandeling volgt.
Behandeling
Behandeling kan een positief resultaat geven, maar het resultaat en de duur zijn afhankelijk van de ernst van de ernst van de problematiek. De behandeling is meestal pijnlijk en moeizaam. Jeugdtrauma's zullen een langer durende behandeling vragen. Een persoonlijkheidsverandering bemoeilijkt de behandeling. De kern van de behandeling is dat de traumatische gebeurtenis onder ogen wordt gezien. Als de herinneringen boven komen geeft dat veel pijn en verdriet. Toch zijn de resultaten vaak de moeite waard. Afhankelijk van de ernst van de stoornis zijn er een aantal wegen te bewandelen.
Rust: indien de symptomen van herbelevingen ernstig zijn, moet er eerst rust komen; men moet leren de controle over zichzelf terug te krijgen. Daarvoor is vooral veel steun nodig.
Psychotherapie: Als de situatie van de patiënt het toelaat, kan worden begonnen met verwerken van de traumatische ervaring(en) in de vorm van psychotherapie. Dat wil zeggen op een systematische wijze erover spreken met een behandelaar.
Het doel van psychotherapie is traumatische gebeurtenis(sen) bespreekbaar maken. Niet als koele feiten, maar met de bijbehorende emotionele en lichamelijke reacties, zoals angst, pijn en verdriet. Voelen van deze tot dan toe diep weggestopte emoties is nodig om de problematiek te kunnen verwerken. Pas dan kunnen de gebeurtenissen een plaats in iemands leven krijgen. Pas dan zal blijken dat ze het hele leven niet hoeven te beheersen. Pas dan kunnen ze echt voltooid verleden tijd worden. Als voor het trauma of onderdelen ervan geheugenverlies bestaat, moet met professionele hulp worden onderzocht of dit geheugenverlies veilig kan worden opgeheven of dat het beter zo kan blijven.
Zoals gezegd, het is een belangrijk beschermingsmachine voor te heftige emoties, die men niet kan verdragen. Soms is het veiliger voor de patiënt ernstige trauma's weggestopt te houden. De therapie kan individueel zijn of in groepsverband plaatsvinden. Dat is afhankelijk van de aard en de ernst van de problematiek. Werken in een groep kan heel steunend zijn, omdat men er lotgenoten treft. Men is niet langer alleen met het probleem. Lotgenoten kunnen elkaar goed begrijpen en steunen. Het proces van traumaverwerking dient aangepast te worden aan het tempo van de patiënt. Het mag nooit sneller gaan dan de patiënt aan kan. Hulpmiddelen die de psychotherapie kunnen ondersteunen zijn schrijfopdrachten en hypnose.
DSM-IV criteria
Voor het vaststellen van een gestoorde of gestagneerde verwerking wordt tegenwoordig, dat wil zeggen vanaf 1980, veelal de diagnostische categorie posttraumatische stress-stoornis (PTSS) gebruikt. Deze is opgenomen in de Diagnostic and Statistical Manual (DSM) van de American Psychiatric Association en in de International Classification of Diseases (ICD) van de World Heath Organisation, en is vooral ontwikkeld naar aanleiding van de ernstige problemen waarmee Viëtnamveteranen kampten.
Uit overzichten van studies naar het voorkomen van PTSS na rampen, calamiteiten en andere schokkende gebeurtenissen blijkt dat tussen de circa 10 en 30% van de getroffenen hiermee te kampen heeft. Bij langdurige of chronisch dreigende omstandigheden zoals concentratiekamp ervaringen en incest, kan dit percentage hoger liggen.
In het onderstaande overzicht zijn de symptomen en de criteria van PTSS uit DSM-IV in zijn geheel weergegeven:
A. De betrokkene is blootgesteld aan een traumatische ervaring waarbij beide van de volgende van toepassing zijn:
1. Betrokkene heeft ondervonden, is getuige geweest van of werd geconfronteerd met een of meer gebeeurtenissen die een feitelijke of dreigende dood of een ernstige verwonding met zich meebracht, of die een bedreiging vormde voor de fysieke integriteit van betrokkene of van andere.
2. Tot de reacties van betrokkene behoorde intense angst, hulpeloosheid of afschuw. NB.: Bij kinderen kan dit zich in plaats ervan uiten in chaotisch of geagiteerd gedrag.
B. De traumatische ervaring wordt voortdurend herbeleefd op één (of meer) van de volgende manieren:
1.) recidiverende en zich opdringende onaangename herinneringen aan de gebeurtenis, met inbegrip van voorstellingen, gedachten en waarnemingen. N.B.: Bij jonge kinderen kan dit zich uiten in de vorm van terugkerende spelletjes waarin de thema's of aspecten van het trauma worden uitgedrukt.
2.) recidiverende akelige dromen over de gebeurtenis. N.B.: Bij kinderen kunnen angstdromen zonder herkenbare inhoud voorkomen.
3.) handelen of voelen alsof de traumatische gebeurtenis opnieuw plaatsvindt (hiertoe behoren ook het gevoel van het opnieuw te beleven, illusies, hallucinaties en dissiociatieve episodes met flashbacks, met inbegrip van die welke voorkomen bij het ontwaken of tijdens intoxicatie). N.B. Bij jonge kinderen kunnen trauma specifieke heropvoedingsproblemen voorkomen.
4.) intens psychisch lijden bij blootstelling aan interne of externe stimuli die een aspect van de traumatische gebeurtenis symboliseren of erop lijken.
5.) fysiologische reacties bij blootstelling aan interne of externe stimuli die een aspect van de traumatische gebeurtenis symboliseren of erop lijken.
C. Aanhoudend vermijden van prikkels die bij het trauma hoorden of afstomping van de algemene reactiviteit (niet aanwezig voor het trauma) zoals blijkt uit drie (of meer) van de volgende:
1.) pogingen gedachten, gevoelens of gesprekken horend bij het trauma te vermijden.
2.) pogingen activiteiten, plaatsen of mensen die herinneringen oproepen aan het trauma te vermijden.
3.) onvermogen zich een belangrijk aspect van het trauma te herinneren.
4.) duidelijk verminderde belangstelling voor of deelneming aan belangrijke activiteiten.
5.) gevoelens van onthechting of vervreemding van anderen.
6.) beperkt uiten van affect (bijvoorbeeld niet in staat gevoelens van liefde te hebben).
7.) gevoel een beperkte toekomst te hebben (bijvoorbeeld verwacht geen carrière te zullen maken, geen huwelijk, geen kinderen, of geen normale levensverwachtingen).
D. Aanhoudende symptomen van verhoogde prikkelbaarheid (niet aanwezig voor het trauma) zoals blijkt uit twee (of meer) van de volgende:
1.) moeite met inslapen of doorslapen
2.) prikkelbaarheid of woedeuitbarstingen
3.) moeite met concentreren
4.) overmatige waakzaamheid
5.) overdreven schrikreacties
E. Duur van de stoornis (symptomen B, C en D) langer dan 1 maand.
F. De stoornis veroorzaakt in significante mate lijden of beperkingen in sociaal of beroepsmatig functioneren of het functioneren op andere terreinen.
Acuut: indien duur van de symptomen korter dan drie maanden is.
Chronisch: indien duur van de symptomen drie maanden of langer is.
Met verlaat begin: indien het begin van de symptomen ten minste zes maanden na het trauma ligt.
Uit de criteria blijkt dat een direct of indirect getroffene alleen herbelevings- of vermijdingsreacties heeft als hij of zij dus drie of meer van de beschreven symptomen van criterium C heeft. Alhoewel het buiten de doelstelling van deze informatie ligt PTSS uitgebreid te bespreken, moet bij het gebruik van PTSS als middel om eventuele ernstige verwerkingsproblemen of -stoornissen te achterhalen wel rekening worden gehouden met de volgende zaken.
Een belangrijk kenmerk van een systeem zoals de DSM is het dichotome karakter ervan: een direct of indirect getroffene heeft geen posttraumatische stressstoornis of heeft wel een posttraumatische stressstoornis. Maar, als een persoon volgens deze criteria geen posttraumatische stressstoornis heeft, wil dat niet automatisch zeggen dat hij of zij dus ook geen ernstige verwerkingsproblemen of gezondheidsklachten heeft. Het begrip PTSS heeft verder, ondanks het feit dat gebruik moet worden gemaakt van bepaalde criteria, nauwelijks of geen ruimte voor de mate waarin direct of indirect getroffen last hebben van de ramp of calamiteit. Met deze beperking, c.q. het arbitraire karakter van het gebruik van een cesuur bij PTSS, dient dus goed rekening gehouden te worden. _________________ One of the penalties for refusing to participate in politics is that you end up being governed by your inferiors..
Laatst aangepast door roppie op 18 Februari 2010 - 10:02, in totaal 2 keer bewerkt |
|
| Naar boven |
|
roppie  Beheerder
Lid sinds: 2-12-2004 Posts: 5447 Woonplaats: Maarn Leeftijd: 27 Geslacht: Man
|
Geplaatst: 19 Januari 2005 - 17:10 |
|
Seksueel misbruik
In de loop van hun ontwikkeling leren de kinderen de wereld kennen. Ze kijken, vragen, proberen te “begrijpen” met onuitputtelijke energie en fantasie. Om te kunnen leven en te kunnen groeien hebben ze de ondersteuning van de volwassenen nodig, ze hebben behoefte aan liefde, geborgenheid, tederheid, hulp, bescherming en zekerheid. Daar zijn meisjes en jongens op aangewezen en daar vertrouwen ze ook op.
Als een volwassene een kind sexueel misbruikt, dan gebruikt hij de liefde, de afhankelijkheid of het vertrouwen voor zijn sexuele behoeften en zet zijn behoefte aan onderwerping, macht of nabijheid met geweld door. Hij brengt de levens- en ontwikkelingsbasis in gevaar en schaadt de ziel van het kind.
Voor vele meisjes en jongens maakt sexueel misbruik deel uit van hun dagelijks leven. Sexueel misbruik komt zo veel voor dat je ervan uit kunt gaan, dat er in iedere kleutergroep, in iedere schoolklas, in iedere buurt of verwantschap kinderen te vinden zijn, die misbruikt worden. De meeste slachtoffers van sexueel geweld zijn meisjes, maar ook jongens worden sexueel misbruikt. Vaak zijn het nog heel kleine meisjes en jongens, want ook babies en kleuters worden sexueel misbruikt.
Meisjes en jongens worden gedwongen, gulzige blikken en praatjes te dulden, tongkussen te geven, zich naakt te vertonen, zich te laten aanraken, de misbruiker naakt te zien en hem aan te raken, porno’s te bekijken, aan porno opnames mee te doen, de volwassene sexueel te bevredigen met de hand of met de mond. Meisjes en jongens worden verkracht, anaal, oraal of vaginaal met vingers, voorwerpen of met de penis.
Dat zijn maar enkele voorbeelden. Bovendien worden meisjes en jongens tot elke maar voorstelbare en soms ook onvoorstelbare sexuele handeling gedwongen. Het grootste gedeelte van de daders zijn mannen. Soms ondergaan meisjes en jongens ook sexuele geweld door vrouwen. Meestal zijn de daders personen, die het kind kent, die het vertrouwt, zoals b.v. een vriend van de familie, de collega van de vader, de buurman, de vader van de beste vriendin, de opvoeder, de leraar, de pastoor, de kinderarts, de leider van de jeugdgroep, de sporttrainer, de babysitter, enz. Een andere groep daders komt uit de familie: De vader, de stiefvader of partner van de moeder, de opa, de oom, de oudere broer.
Sexueel misbruik door vreemden komt in verhouding minder vaak voor. We hebben echter de indruk dat de meeste gevallen van sexueel misbruik zulke gevallen zijn, die door vreemden worden gepleegd, omdat de kranten er uitvoeriger over schrijven. In werkelijkheid is het risico echter groter dat meisjes en jongens in de eigen familie- en vriendenkring sexueel worden uitgebuit.
Je ziet het niet aan de neus van een mens of hij kinderen misbruikt. Heel vaak is de dader van onberispelijke reputatie en is gekend als goede echtgenoot en vader. Misschien is hij religieus of actief in de politiek, heeft success in zijn beroep of neemt het bijzonder op voor de kinderen, een man, die niemand zou verdenken dat hij meisjes en/of jongens aanrandt.
Vele mensen denken dat het sexueel misbruik voor de dader maar een “eenmalig faux-pas” is. Maar in de minste gevallen handelt de dader spontaan. Het is eerder zo dat hij heel bewust gelegenheden plant en organiseert om meisjes en jongens te benaderen. Sommige misbruikers kiezen speciaal voor een educatieve beroep of een overeenkomstige vrijetijdsbesteding om in de buurt van hun slachtoffers te komen. Daarbij misbruiken ze meestal niet maar één kind maar meerdere, ofwel parallel of het een na het ander.
Het sexueel misbruik kan over een langere periode voortduren, vooral indien het in de familie gebeurt. Sommige meisjes en jongens worden gedurende jaren misbruikt, waarbij meestal de mate van geweld en de intensiteit van het sexueel misbruik toenemen.
Bijna alle daders misbruiken steeds weer meisjes en jongens, alsof ze er verslaafd aan waren. Wat voor excuses ze ook mogen winden, ze zijn geheel en al verantwoordelijk voor hun daad. Kinderen zijn nooit verantwoordelijk voor een sexueel misdrijf. Je hoort nogal vaak, dat meisjes de dader verleiden of uitdagen. Dat is fout. Soms spelen kleine meisjes “grote dame”, gaan zich verkleden en zeggen misschien: “Ik wil een kus, maar een echte, zoals in de film!” Dat is geen uitnodiging tot sexualiteit.
De volwassene moet de grenzen trekken, hij kan beoordelen wat een kind niet kan afzien en verantwoorden. Dit wordt duidelijk aan een voorbeeld:
Een jongetje zegt tegen zijn vader: “Kom, we gaan boksen. Geen spelletje, maar een echte fight!” De vader zegt: “Okay!”; en geeft hem een dreun dat hij buiten westen is. Daarop de vader: “Hij heeft het toch zo gewild, hij heeft me uitgedaagd!” Natuurlijk treft het jongetje geen schuld aan dit incident, en natuurlijk is géén kind schuld aan een sexueel misbruik.
Meisjes en jongens fantaseren en verzinnen ook geen sexuele misdrijven. Het is waar dat kinderen veel fantasie hebben. Ze hebben fantasie wat betreft tovenaars, heksen en spoken, maar ze verzinnen geen sexueel misbruik. Ze zouden eerden een misbruik loochenen om een geliefde persoon te beschermen dan zoiets te verzinnen. Als een meisje of jongen van een sexueel misdrijf berichten, dan is het zeker, dat ze een sexueel misbuik hebben beleefd.
Signalen
Een goede hulpverlening kan goed helpen het seksueel misbruik te verwerken. Voor buitenstaanders is het echter niet makkelijk de signalen van seksueel misbruik te herkennen. De buitenwereld maakt het voor slachtoffers niet echt makkelijk om over hun problemen te praten. Op het onderwerp seksueel misbruik rust namelijk nog steeds een taboe. Bovendien zijn veel vrouwen de herinneringen aan het misbruik kwijt. Zij hebben de pijnlijke ervaring weggestopt.
Veel vrouwen voelen zich ook schuldig en, mede door het taboe dat op seksueel misbruik rust, zijn ze bang te worden veroordeeld als zij het misbruik ter sprake brengen. Dit is ook een van de redenen waarom vrouwen hun misbruikervaringen vaak verborgen houden als ze om hulp komen. Zij vragen vaak hulp voor de problemen die met het misbruik te maken hebben, maar praten niet over het misbruik zelf.
Als hulpverlener/ster, wat je ook indirect kan zijn als lera(a)r(es), vriend(in), ouder, zus, tante etc., moet je dus bereid zijn het onderwerp zelf ter sprake te brengen. Een van de voorwaarden om seksueel misbruik te kunnen signaleren is rekening durven houden met de mogelijkheid van seksueel misbruik. Belangrijk is dat er niet één plaatje van 'een seksueel misbruikt persoon' bestaat. Iedereen reageert anders op seksueel geweld. Wel zijn er een aantal signalen waar je op kunt letten:
• Angst voor aanraken;
• Angst voor mannen;
• Zich niet durven uitkleden (bv. bij sport)
• Een negatief lichaamsbeeld;
• Over-waakzaamheid;
• Buitensporige schrikreacties;
• Zeer beperkte mogelijkheden tot het uiten van affectie;
• Niet durven genieten van dingen;
• Plotselinge terugval schoolprestaties;
• Plotselinge verandering in gedrag of relaties met anderen;
• Concentratieproblemen;
• Spraakproblemen en taalverwervingsstoornissen;
• Spijbelen;
• Vroeg op school komen en laat weggaan en weinig of nooit afwezig zijn;
• Weinig / slechte relaties met leeftijdsgenoten of een onvermogen vrienden te maken;
• Niet deelnemen aan schoolse en sociale activiteiten;
• Zeer meegaand gedrag;
• Agressief gedrag;
• Gebrek aan vertrouwen;
• Negatief zelfbeeld;
• Depressieve gevoelens;
• Zelfverwonding;
• Zeer veel problemen in de pubertijd;
• Slaapproblemen;
• Toiletvrees of angst voor plassen en/of drukken;
• Pijn bij ontlasten en/of urineren;
• Bloed in ondergoed bij jonge kinderen;
• Publiekelijk maturneren en tonen van genetalia;
• Moeite met het aangaan van vriendschappen;
• Ontbreken van fantasie in spel en veel agressie in spel;
• Delinquent gedrag;
• Herhaald optredende buikpijnen;
• Stijf of niet durven bewegen (benen of billen stijf tegen elkaar);
• 'Vleugeltjes' als schouders.
Niet alleen de signalen van het kind, maar ook bepaalde gezinssituaties kunnen een vermoeden van seksueel geweld (in dit geval binnen het gezin) versterken:
• Zeer gesloten gezin (sociaal geïsoleerd, vijandig tegenover de buitenwereld, geen echte vriendschapsrelaties);
• Overheersende vader;
• Onderdanige, zwakke moeder;
• Gebrek aan werkelijke betrokkenheid en genegenheid;
• Kind draagt veel gezinsverantwoordelijkheid, krijgt veel volwassen taken;
• Ongebruikelijke slaap- en bad / douche situaties.
Grenzen stellen
Als slachtoffer van seksueel geweld is het vaak moeilijk om na het misbruik grenzen te stellen. Het "nee" is namelijk al een keer niet gerespecteerd. Deze informatie gaat over het stellen van grenzen. Hoe kun je dit weer leren en welke gevolgen brengt het met zich mee als je dit niet doet?
Veel vrouwen hebben er moeite mee om nee te zeggen als een ander iets van hen wil. Dat is ook wel begrijpelijk, omdat je als vrouw geleerd wordt voor andere klaar te staan en jezelf weg te cijferen. Op die manier levert nee zeggen vaak schuld /en of angst gevoelens op. Je bent bang dat de ander je egoïstisch zal vinden of boos op je zal worden. Soms zeg je automatische ja als je iets wordt gevraagd, zonder erbij na te denken of je het echt wel wilt. Terwijl je wel het nee van een ander accepteert, heb je het (onredelijke) idee dat een ander jouw nee niet accepteert.
Als je geen nee durft te zeggen brengt dit vaak met zich mee dat je je eigen grenzen niet weet te bewaken. Hiermee bedoelen we dat je heel veel dingen tegen je zin in doet, teveel hooi op je vork neemt, te weinig aan je zelf toekomt. Kortom dat je jezelf de speelbal voelt van andermans wensen en verwachtingen. Dit kan leiden tot gevoelens van irritatie, opkroppen van boosheid, je ontevreden voelen over jezelf en op de lange duur zelfs tot verschijnselen van overspannenheid.
Deze negatieve gevolgen alleen al geven aan waarom belangrijk is om wel nee te (durven) zeggen. Wanneer je wel durft te zeggen wat je wel en niet wilt heb je meer greep op je eigen leven en kun je je eigen leven meer inrichten zo als jij graag wilt. Je kunt ook zeggen dat je meer aan jezelf toekomt en je prettiger en meer tevreden gaat voelen. Wanneer je nee wilt zeggen is het belangrijk dat je er van overtuigd bent dat je het recht hebt om niet op andermans wensen in te gaan. Net zo als jij niet verwacht dat iedereen altijd op jouw wensen in gaat.
Tips:
• Probeer niet automatisch ja te zeggen. Denk er eerst over na of je iets wel of niet wilt. Als je niet meteen kunt beslissen, zeg dat dan gewoon: "Ik wil er even over nadenken en ik kom er op terug."
• Bedenk dat je altijd kunt terugkomen op een eerder uitgesproken ja. Als je ja zegt en je wilt toch liever niet bel dan op of ga bij die persoon langs en zeg dan dat je niet wilt. Geen smoesje bedenkt. Gewoon nee zeggen. Of "ik heb GEEN zin" of "ik heb andere dingen te doen die voor mij heel belangrijk zijn."
• Laat duidelijk nee horen. Als je bijvoorbeeld heel zacht praat en daarbij naar beneden kijkt maak je nee niet zoveel indruk en zal de ander er zich niet veel van aantrekken.
• Als je de ander wilt uitleggen waarom je iets niet wilt dan kun je dat doen, maar je bent niet verplicht je te verontschuldigen
• Wanneer je besloten hebt om nee te zeggen is het handig daar mee te beginnen en pas daarna uitleg te geven eventueel. Op deze manier is het meteen duidelijk dat je niet wilt en hoef je er niet omheen te draaien. Dit is laatste is voor de ander heel verwarrend omdat die dan niet weet wat jij wilt.
• Als je wilt kun je met de andere onderhandelen, bijvoorbeeld "nu wil ik niet, maar morgen wel."
Wijze waarop je het "nee" duidelijk kunt maken:
• Kijk de ander aan
• Zeg duidelijk dat je niet wilt in gaan op het verzoek
• Leg zo nodig kort uit waarom
• Let op de reactie van de ander
• Herhaal zo nodig je weigering
• Oefeningen die je voor jezelf kunt doen:
Let er op hoe anderen nee zeggen. Herken je leerstappen?
• Ga na wanneer jij de afgelopen tijd een verzoek geweigerd hebt. Hoe ging dit?
• Ga na wanneer je de afgelopen tijd geen JA hebt gezegd en dit wel had willen doen. Schrijf de onredelijke gedachten op die hierbij een rol speelden. Probeer ze te vervangen voor redelijke gedachten.
Onredelijke gedachten: Als ik nee zeg vindt die andere mij niet lief of aardig. Wordt de persoon boos of kwaad op mij.
Redelijke gedachten: als ik nee zeg ben ik echt mijn vriend(en) niet kwijt vind die persoon mij nog steeds aardig en lief. Is hij niet boos op mij, maar respecteert mij en laat mij in mijn waarden.
• Ga na welke verzoeken je de komende tijd wilt weigeren. Schrijf op hoe je dat wilt zeggen.
• Neem je de komende week een of meerdere malen voor om nee te zeggen. Hoe ging het? Schrijf dit op.
Je kunt dit misschien met een therapeut doen of bespreek met haar hoe je een stappenplan kan maken. Of als je geen hulp (meer) hebt, probeer dan boeken te huren in de bibliotheek die je daar mee helpen. Hele simpele en leuke boeken zijn o.a.:
Titel : Denk je sterk
Auteur: Fred Sterk & Sjoerd Swaen
ISBN: 90-215-9258-4
Titel: Emotioneel in Balans
Auteur: Fred Sterk & Sjoerd Swaen
ISBN: 90-215-3316-2
Titel: opkomen voor jezelf
Auteur: Anne Dickson
ISBN: 90- 274-4010-7
Titel: Ruimte voor jezelf >
Auteur: Fred Sterk & Sjoerd Swaen
ISBN: 90-215-8922-2
Bron: seksueelgeweld.nl _________________ One of the penalties for refusing to participate in politics is that you end up being governed by your inferiors..
Laatst aangepast door roppie op 20 Februari 2010 - 23:06, in totaal 4 keer bewerkt |
|
| Naar boven |
|
HealingWings
|
Geplaatst: 19 Januari 2005 - 17:29 |
|
NIMBY-syndroom
Veel mensen hebben een blinde vlek voor het bestaan van kinderporno en kinderprostitutie. Dit komt door het NIMBY-syndroom. Deze afkorting staat voor Not In My Back Yard, een Amerikaanse uitdrukking om aan te geven dat bepaalde dingen ‘niet in mijn achtertuin’ voorkomen. Het NIMBY-syndroom doet zich vooral voor op momenten dat mensen een onontkoombare waarheid onder ogen moeten zien die zij niet kunnen accepteren. Het wel accepteren van deze waarheid zou het persoonlijke functioneren en de basis van het bestaan kunnen aantasten. Soms kan het NIMBY-syndroom daarom beschouwd worden als een overlevingsmechanisme.
Bij dit syndroom spelen zowel bewuste en onbewuste elementen een rol. Het wordt hier beschreven om duidelijk te maken hoe belangrijk het is dat iedereen onder ogen ziet dat het mishandelen en seksueel misbruiken van kinderen een onontkoombaar feit is. Deze acceptatie is een voorwaarde om het probleem te herkennen, aan te pakken en te bestrijden.
Een aantal NIMBY-reacties zijn:
• De ernst en de omvang van de problematiek als iets onbeduidends voorstellen.
• Ongeloof dat het kind door deze pleger is misbruikt."Zo'n keurige man doet zoiets niet!"
• Een lijdzame/fatalistische houding aannemen."Het gaat toch door, er is niks aan te doen."
• Zich verschuilen achter beroepsgeheim."Ik kan en mag niks doen."
Ook hulpverleners kunnen NIMBY-reacties vertonen. Dit is een ernstige zaak en valt de hulpverlener in kwestie beroepsmatig te verwijten. De NIMBY-reacties worden bewust en onbewust gevoed door de persoonlijke ervaringen van de hulpverlener, diens taakopvatting en toepassing van het beroepsgeheim. Voorbeelden van NIMBY-reacties zijn: niet geloven dat dit kind door deze pleger misbruikt is (‘zo’n keurige man kan toch geen pedofiel zijn’), de ernst en de omvang van de problematiek bagatelliseren, een fatalistische houding aannemen of zich verschuilen achter het beroepsgeheim (‘ik mag niets doen’).
Het NIMBY-syndroom komt vooral voor bij mensen uit de omgeving. Een moeder die niet kan geloven dat haar kind slachtoffer is van incest, een partner die moeite heeft met zich realiseren dat zijn of haar partner is misbruikt etc.Dit kan leiden tot een hoop frustraties en onbegrip. Als je iemand verteld wat er is gebeurd kan die persoon heel afstandelijk, ontkennend reageren. Dit komt niet omdat die persoon niet wìl geloven wat je zegt, maar omdat het moeilijk is voor mensen om onder ogen te zien dat seksueel misbruik ook in hun omgeving voorkomt.
Het NIMBY-fenomeen kan bij iedereen voorkomen, zelfs bij de kinderen die zelf slachtoffer werden van seksueel misbruik. Zo ervaarden de jeugdige slachtoffers van (seksuele) mishandeling ook na een voorlichting op school wat er thuis gebeurde niet als misbruik. Dit komt ook door de gevoelens van loyaliteit van de kinderen ten opzichte van de dader: hij is tenslotte ook hun vader, broer of huisvriend. Dit is een belangrijk aandachtspunt voor de therapeut, de kinderen en de omgeving van het slachtoffer. |
|
| Naar boven |
|
roppie  Beheerder
Lid sinds: 2-12-2004 Posts: 5447 Woonplaats: Maarn Leeftijd: 27 Geslacht: Man
|
Geplaatst: 21 Februari 2010 - 15:49 |
|
Rouw(verwerking)
Het overlijden van een dierbare is een van de meest ingrijpende gebeurtenissen die een mens kan meemaken. Een overlijden leidt meestal tot vele reacties die benoemd worden met de term 'rouw'. Rouw kunnen we opvatten als het geheel van reacties dat optreedt na een verlies van een persoon met wie een betekenisvolle relatie bestond. Dat laatste is belangrijk: zonder band met de ander is er geen rouw mogelijk. We kunnen rouw eigenlijk zien als de prijs die men betaalt voor de band die men met de ander heeft gehad. Hoe intenser de band, hoe hoger de prijs. Met andere woorden: hoe intenser de band, hoe intenser de rouw. Die band hoeft overigens niet alleen maar een positieve band te zijn. Ook relaties waarin er sprake was van ruzies, conflicten en negatieve gevoelens over en weer kunnen aanleiding geven tot intense rouw.
Voorkomen
Het is naast een ingrijpende gebeurtenis ook een gewone gebeurtenis in de zin dat het frequent voorkomt. Als we ons beperken tot Nederland: jaarlijks sterven in ons land circa 130.000 mensen, 400 per dag. Aannemende dat elke overledene 4 naasten achterlaat, dan impliceert dit dat elk jaar 500.000 mensen met de dood van een betekenisvolle naaste te maken krijgen. Gaan we vervolgens uit van de in veel onderzoek gevonden bevinding dat één van de vijf nabestaanden ernstige problemen heeft met de aanpassing aan het overlijden, dan leert een eenvoudige rekensom dat in Nederland jaarlijks meer dan 100.000 mensen onevenredig grote problemen ondervinden en blijven ondervinden na het overlijden van een naaste. Door de vergrijzing van de bevolking zal de komende decennia het aantal overlijdens per jaar in Nederland sterk toenemen.
Na de dood van een dierbare
Elke dag worden veel mensen geconfronteerd met de dood van een dierbare. Zo'n verlies is een van de ingrijpendste en verdrietigste gebeurtenissen in een mensenleven. Van het ene op het andere moment is de naaste definitief weg. Dat afscheid verandert het leven voor altijd, ook wanneer het niet onverwacht kwam.
Nabestaanden, zoals de partner, de ouders of de kinderen, worden vaak niet alleen overweldigd door verdriet, maar ook door gevoelens van verbijstering, ongeloof of woede. Mensen zeggen achteraf wel dat ze het gevoel hadden gek te worden of verdoofd te zijn. Ook voor andere familieleden, vrienden, collega's, klasgenoten en leraren komt het overlijden vaak als een schok.
Het rouwproces
Tijdens het rouwproces verwerkt de nabestaande geleidelijk de pijn van het verlies. Hij of zij neemt afscheid, accepteert langzamerhand de definitieve afwezigheid van de geliefde persoon en probeert zich aan te passen aan de ontstane leegte.
Direct na het overlijden ervaren sommige mensen een gevoel van onwerkelijkheid. De dood van de geliefde lijkt een nare droom, waaruit ze binnenkort wakker worden. Andere mensen voelen vrijwel niets, hun gevoel is als het ware 'dood'. Weer anderen vinden de dood van de geliefde zo pijnlijk dat ze die eerst ontkennen. De ene mens is totaal ontredderd, de andere reageert juist heel kalm.
Als iemand net dood is moeten er veel praktische zaken geregeld worden, bijvoorbeeld voor de begrafenis of crematie. Daarom gaat die eerste tijd veelal als in een roes voorbij. Het verlies dringt vaak pas in de periode daarna echt door. Dan gaan de nabestaanden beseffen wat het betekent voor hun leven. Dit is de zwaarste en verdrietigste tijd.
Later volgt een periode waarin mensen proberen de verandering te aanvaarden en zich aan te passen. Dit gaat met vallen en opstaan. Ze maken voorzichtig weer plannen voor de toekomst. Ook sociaal en praktisch passen ze zich aan. Ze leggen bijvoorbeeld nieuwe contacten, pakken een hobby of studie op, gaan vrijwilligerswerk doen of zelfs verhuizen. Dagen waarop iemand heel erg met het verlies bezig is, worden afgewisseld met tijden waarin de emoties op een afstand blijven.
Verschillende reacties
Nabestaanden zijn al snel bang dat hun reacties op het overlijden van een dierbare niet normaal zijn. Ze vrezen dat hun verdriet te hevig is of te lang duurt, of dat ze juist te weinig blijk geven van verdriet. Het is belangrijk om te weten dat ieder mens op zijn eigen wijze reageert op de dood van een dierbare. Iedereen rouwt op de manier die hij of zij nodig heeft.
De reacties kunnen dus sterk uiteenlopen. De één zal veel behoefte hebben om over de overledene te praten of samen naar foto's of videofilms te kijken. De ander trekt zich juist terug, bekijkt de foto's liefst alleen of verwerkt het verlies door hard werken, klussen of sporten. Mannen zijn vaak geneigd hun verdriet wat weg te stoppen. Ze concentreren zich bijvoorbeeld op hun werk. Vrouwen hebben meestal meer behoefte aan praten.
Sommige nabestaanden houden alles zoveel mogelijk zoals het was: ze laten de spullen van de partner op hun vaste plaats liggen, houden de kamer van het overleden kind intact en blijven de dagelijkse routine volgen. Anderen veranderen juist alles: ze ruimen de spullen van de overledene op, verhuizen of zoeken nieuwe vrienden. Sommige mensen mijden het liefst de plaatsen die aan de overledene doen denken.
Ook de cultuur waarin mensen opgroeien, heeft invloed op de manier waarop ze omgaan met het verlies en hun emoties uiten. De gebruiken en plechtigheden rondom begrafenis en dood variëren van ingetogen en sober afscheid nemen tot luid rouwbeklag en in saamhorigheid eten, dansen en zingen. Het verdriet wordt met de hele gemeenschap gedeeld. Vaak komen verwanten en vrienden ook later nog op gezette tijden bijeen om elkaar te steunen en de overledene te herdenken.
Rouw bij kinderen
Kinderen rouwen evenzeer als volwassenen. Afhankelijk van hun ontwikkelingsfase en begrip van de dood zullen zij zich echter anders uiten. Soms gaan ze, ogenschijnlijk onaangedaan, door met hun gebruikelijke bezigheden. Zij hebben soms nog geen woorden voor wat zij voelen en uiten hun gevoelens 'spelenderwijs'. Verdrietige momenten kunnen ze afwisselen met een potje voetbal of skaten.
Net als volwassenen kunnen kinderen soms zeer neerslachtig zijn of zich slecht concentreren. Sommigen krijgen lichamelijke klachten. Een tijdelijke terugval in ontwikkeling (opnieuw bedplassen, angstig en aanhankelijk zijn) is normaal.
Vanaf een jaar of elf gaat het rouwgedrag steeds meer op dat van volwassenen lijken. Tieners en jongeren stellen hun rouw soms onbewust uit, omdat de ontwikkelingen tijdens de puberteit alle energie opeisen of omdat ze een zorgende rol in het gezin op zich nemen.
Kenmerken
Veel nabestaanden kampen met intense, verwarrende en soms ook tegenstrijdige gevoelens. Niet alleen verdriet, angst, hulpeloosheid en wanhoop, maar ook boosheid, agressie, teleurstelling en schuldgevoelens kunnen voorkomen. Soms voelt een nabestaande zich opgelucht en in zekere zin bevrijd. Dat kan bijvoorbeeld het geval zijn als de dood een lang en moeilijk ziekbed afsluit of als de zieke zelf naar het einde verlangde. Deze onverwachte gevoelens kunnen voor de achterblijver erg verwarrend zijn omdat ze als ongepast worden ervaren. Het zijn echter normale reacties op een ingrijpende verandering.
Andere veel voorkomende gevoelens en reacties zijn:
een intens gevoel van alleenzijn (met het verdriet)
leegte, neerslachtigheid en nergens zin in hebben
schuldgevoelens: had ik meer moeten doen, zijn of haar dood kunnen voorkomen?
verhoogde alertheid en rusteloosheid of juist verwardheid en traag denken
alleen maar aan de overledene kunnen denken
veel dromen over hem of haar
als een 'film' steeds de laatste uren of dagen zien
menen de overledene weer te zien, te horen of te voelen
op zoek gaan naar hem of haar
zich slechter verzorgen en niet goed eten
minder vertrouwen hebben in zichzelf, de wereld of de toekomst.
Mensen die een geliefde hebben verloren zeggen vaak dat ze hun levenslust kwijt zijn of dat het leven alle zin verloren heeft. Sommigen willen zo graag bij de overledene zijn dat ze aan zelfdoding gaan denken. Alleen de verantwoordelijkheid voor anderen weerhoudt hen ervan om ook voor de dood te kiezen. Deze gedachten kunnen heel beangstigend zijn, maar verdwijnen na verloop van tijd meestal vanzelf.
Lichamelijke klachten
Het doormaken van een verlies kost veel energie, zodat mensen in de rouw vaak vermoeid zijn, soms al bij het opstaan. Ze kunnen zich slecht concentreren en zijn vergeetachtig. Velen slapen slecht en hebben weinig eetlust. Andere veelvoorkomende klachten zijn: hoofd-, nek- en rugpijn, hyperventilatie, het extreem koud hebben, hevig transpireren en hartkloppingen.
Fasen in een rouwproces (volgens M. Gilissen)
Rouwen is verdriet verwerken: daar is werk aan. De weg van het verlies en verdriet is een lange weg. Soms is deze weg weleens 'levenslang'. Maar is het wel een weg? Soms lijkt hij niet meer op een doolhof waarbij je iedere keer weer op hetzelfde punt komt en waarbij de angst je om het hart slaat dat je er nooit meer uit zal komen.
Eerste fase: Confrontatie
• Emotionele schok en ontkenning
Bij de dood van een dierbare treedt er een gevoel van verbijstering op. De geschoktheid kan op verschillende manieren geuit worden. Sommigen kunnen nauwelijks een woord uitbrengen, anderen hebben meestal een korte maar hevige huilbui. Weer anderen willen onmiddellijk naar de overledene toe. Ze willen hem zien, aanraken, erbij zijn. Hoewel de werkelijkheid aanwezig is (het meedelen van het slechte nieuws of de aanwezigheid van de afgestorvene) heeft men het gevoel er geen deel aan te hebben.
Deze eerste schok, als de stilte voor de storm, kan omschreven worden als het niet tot zich laten doordringen. Je vraagt je af of het geen droom is. Of men zich niet vergist heeft: 'Het kan niet waar zijn! Deze morgen zei hij nog: tot vanavond en nu zou hij niet meer thuiskomen!!?? Dat kan niet.'
Deze ontkenning is een eerste reactie op dit gruwelijk gebeuren. Het is de enige manier om je geleidelijk aan te passen, om de ramp langzaam te verwerken. Wanneer het gebeuren in al zijn volheid en hevigheid op je zou afkomen en tot je door zou dringen, zou je het zeker niet verdragen.
• Verdoving
Onmiddellijk na die allereerste afweer 'het kan niet!', volgt een periode van verdoving. De werkelijkheid is al aanwezig: er is iets vreselijks gebeurd! Maar het dringt niet tot je door. Je gevoelens zijn afgesloten, het wordt als het ware iets dat buiten je om gebeurt. Je bent lam geslagen. Je beleeft alles passief. Je functioneert als een automaat. Er zijn zoveel dingen te doen en je doet ze haast automatische. Je draait rond, je voelt je doelloos. Dit gevoel van verdoving kan de eerste dagen nog versterkt worden door het nemen van kalmeer- en slaaptabletten.
'Toen ik hoorde dat mijn man verongelukt was, was het net alsof zich een glazen wand tussen mij en de buitenwereld installeerde. Ik zag de dingen bewegen rond mij, maar wist niet wat het betekende. Ik hoorde mijn vader praten, maar wist niet wat hij zei. Het was een waas: ik kon niet anders dan onbeweeglijk zitten. Ik wou zolang mogelijk in mijn isolement blijven, want als ik er uitstapte moest ik het onder ogen zien en beseffen dat mijn man er niet meer was. En dat kon ik toen nog niet!'
Deze verdoving kan gaan van een paar uren tot een paar dagen. Het afgelegde lichaam van de overledene gaan zien en groeten in de rouwkamer kan je echter helpen om de werkelijkheid onder ogen te zien en je verlies te realiseren. Maar doorgaans zal de rouwende 'ontwaken' op de dag van de begrafenis. Ook de drang om het relaas van het gebeuren van het overlijden opnieuw te vertellen, kan je helpen om langzamerhand te beseffen dat je verhaal ook werkelijk gebeurd is. Dit te mogen vertellen is niet alleen opdat de ander zou weten hoe het precies gebeurd is, maar is ook genezend: het biedt de mogelijkheid om een volgende stap te zetten in het verwerken.
Tweede fase: Bewustwording
Wanneer de verdoving afneemt, begint het lange, moeizame en pijnlijke proces dat men rouwwerk noemt. Na de stilte voor de storm, breekt nu de storm in alle hevigheid los. De werkelijkheid van het pijnlijke verlies wordt ingezien, maar nog niet aanvaard. Je weet het wel met je verstand, maar je gevoel is er nog niet mee klaar. Je wordt dan ook totaal in beslag genomen door het verlies. Alle andere dingen worden als onbelangrijk opzij geschoven. De interesse voor de meest noodzakelijke levensbehoeftes vermindert aanzienlijk. De eetlust neemt af, slapen gaat slecht, uiterlijke verzorging is nauwelijks belangrijk. Het vraagt extra energie om aandacht te hebben voor vrienden en voor de dingen die moeten gebeuren.
Je wordt nu overspoeld door de meest tegenstrijdige gevoelens: het is een uiting van de innerlijke verscheurdheid die je voelt, de innerlijke worsteling tussen het vasthouden en het loslaten, tussen het wel weten en nog niet willen weten. We willen er hier graag op wijzen dat de mengelmoes van al deze gevoelens iets heel normaals is tijdens een periode van verliesverwerking en een paar van de meest uitgesproken en meest voorkomende gevoelens zetten we hierna eens op een rijtje:
• Opstand en protest
Er is opstand, mogelijks gemengd met verbittering. Dit kan opstand zijn tegenover God ('Hij is niet rechtvaardig als Hij zoiets toelaat. Wij waren een goed huishouden. en vijf huizen verder, die vechten mekaar bij wijze van spreken het huis uit en die hebben nooit wat!'), maar ook bv. Tegenover het personeel van het ziekenhuis waar de overledene verbleef.
Er is ook de aanklacht tegen de overledene zelf die 'mij nu in de steek heeft gelaten, die mij nu alleen laat in deze moeilijke omstandigheden'. Een gevoel dat zeker sterk aanwezig is na een zelfdoding. Je geeft de overledene de schuld van de eenzaamheid, de pijn en de angst die je nu voelt. Het is heel belangrijk dat je deze gevoelens ook kan uiten, dat je dit ook naar buiten kan brengen, dit heeft een innerlijk reinigende en zuiverende functie. Kwaadheid die niet naar buiten kan gebracht worden kan zich immers naar jezelf keren.
• Angst
Angst kan een heel erg beangstigend gevoel zijn, omdat je niet kan vatten waarvoor je bang bent. Is het de angst voor het nu, de angst voor later, de angst voor de eenzaamheid,.? Of gewoon de angst voor het angstig zijn? Het is heel normaal dat je je angstig voelt wanneer je in een nieuwe, ongewenste situatie terechtkomt, waarvan je niet weet hoe ze zal evolueren, wat er allemaal zal gebeuren, wat er je te wachten staat.
• Jaloezie tegenover de anderen die geen verlies geleden hebben
De confrontatie met vrienden die nog in het gelukkig bezit zijn van hun partner is een pijnlijke confrontatie met je eigen verlies en roept jaloezie op.
• Schuld
Schuldgevoelens zijn altijd in zekere mate aanwezig en spelen een grote rol in het verwerkingsproces. Meestal nemen ze de vorm aan van piekeren omtrent dingen die men al dan niet had moeten doen. 'Ik had de dokter moeten laten komen.', 'Ik had hem niet mogen laten vertrekken.', 'Was ik thuis geweest, het was niet gebeurd.' Maar men gaat ook vaak zichzelf in vraag stellen. Misschien was er iets nog niet uitgesproken, misschien was jij op dat moment net in een humeurige bui.. en voel je je daar nu heel schuldig over.
Wil je niet in het verleden gevangen blijven zitten, zal je schuldgevoelens moeten toelaten. Ook al gaat het vaak om onterechte schuldgevoelens, toch zijn ze er en moeten ze kunnen geuit worden. Alleen al het kunnen uitspreken of neerschrijven van schuldgevoelens kan bevrijdend werken.
• Agressie
Je bent onredelijk tegenover anderen. Wanneer men niet op bezoek komt, vraag je je af waarom ze niet komen, waarom ze je in de steek laten. als ze dan toch komen wijs je ze af, wil je alleen gelaten worden. Je wil mensen aantrekken en tegelijkertijd duw je mensen van je af.
• Zoekgedrag
Je doet een hoop doelloze pogingen om de overledene terug te vinden. Dat kan soms zeer duidelijk zijn, maar uit zich meestal in een gevoel van onrust. Sommige mensen ervaren hallucinaties, zinsbegoochelingen,. Je hoort de overledene thuiskomen, je ziet haar tussen de mensen op straat, je hoort een sleutel in het slot draaien?. Dat kan zo sterk zijn dat je de nabijheid als echt, als reëel gaat voelen.
Anderen gaan zich vastklampen aan voorwerpen, dingen, herinneringen aan de overledene oproepen en enorm gaan koesteren. Dit kan gaan van zijn stem op de bandrecorder, over kleren die niet weg mogen. tot een soort altaar dat geïnstalleerd wordt. Ook het graf is een bijzondere plaats waar heel wat mensen een zeer intense verbondenheid mee voelen. Regelmatige kerkhofbezoeken kunnen uitgelegd worden als een 'nog niet willen loslaten'.
Derde fase: leegte en eenzaamheid
De rouwperiode is voor velen een moeilijke en uitzichtloze tijd: een tijd van verdriet en wanhoop, van neerslachtigheid, van zich alleen voelen. Al deze gevoelens bereiken een hoogtepunt in de derde fase: het verdriet dringt ten volle door. Dit is zeer begrijpelijk. Je verstand wint het, maar je gevoel moet het nog leren. Je hebt het oude losgelaten, maar bent nog niet toe aan het nieuwe, het verleden klinkt nog te sterk door, de toekomst is nog niet zichtbaar. Je bevindt je als het ware in een groot zwart gat.
In deze periode wordt je partner bij jou als het ware psychisch begraven. Het verdriet zal zich nu eerder uitdrukken in een benauwend gevoel van eenzaamheid dan in tranen. Je wil alleen gelaten worden, je hebt het gevoel dat niemand je begrijpt. Bovendien steken in deze fase ook de meeste lichamelijke klachten de kop op. Slapeloosheid, verminderde eetlust, vermoeidheid, concentratiestoornissen, pijn in spieren en gewrichten. Toch zullen de golven van verdriet en neerslachtigheid geleidelijk minder frequent en intens worden, maar korte opflakkeringen zullen blijven voorkomen. Vooral bij speciale momenten, feesten, gedenkdagen of andere dagen waar bijzondere herinneringen verbonden zijn.
Vierde fase: Onthechting en heraanpassing
Na verloop van tijd treedt de fase van onthechting in: de rouwende zal zich gaandeweg losmaken van de gebeurtenissen in het verleden en zijn blik naar morgen richten. De herinnering wordt draaglijker, de pijn minder scherp. De leegte wordt weer stukje bij beetje gevuld. Stilaan krijgt men weer belangstelling voor andere dingen en gebeurtenissen. Men kan weer hopen en plannen maken. Belangrijk is wel dat het verleden niet uitgewist is. Wel kan je spreken van een nieuwe band met de overledene, een band die niet meer beklemmend of beperkend is, maar die verdere ontplooiing mogelijk maakt.
• Verwerken: wat het wel en niet is
De weg van de ontkenning (eerste fase) naar de onthechting (vierde fase) is een louteringsproces. Het is een tijd van rijping en wie zijn rouwproces doorworstelt en volbrengt, komt er als een ander, een rijper en rijker mens, uit tevoorschijn.
Wezenlijk is verwerken heel anders dan vergeten. Vergeten dat kan je niet, en dat wil je ook niet. Tenslotte was je partner een stuk van je levensgeschiedenis en dat gom je niet zomaar uit. Verwerken is op zoek gaan naar een andere manier van leven waarbij je overleden partner nog steeds een rol speelt, maar een rol die je niet belemmert om zelf verder te leven.
• Je moet het alleen zien klaar te spelen
Ouderen kennen het rouwgebruik van vroeger nog wel. Onze samenleving had een vast rouwpatroon en rouwritueel, er bestonden algemeen geldende regels en afspraken voor de rouwende en zijn omgeving. Wie hoort er te rouwen en hoelang, wat mag men in die periode verwachten van elkaar, wat draagt men, .?
Deze rituelen zijn een stuk belemmerd kan je denken, duwen je misschien te veel in een bepaald keurslijf, maar het waren onder meer die afspraken en regels die ervoor zorgden dat mensen ondersteund werden in hun rouwen. Zo'n uitgewerkt rouwpatroon biedt immers ook vele voordelen. Wanneer je volledig gedesoriënteerd was door het plotse verlies van een dierbare, werd je een houvast gegeven omtrent datgene wat je te doen stond. Er werden ook vormen en wegen aangegeven via dewelke je je verdriet kon uiten.
Van een dergelijk vaststaand rouwproces is in onze tijd maar weinig overgebleven, wat op zich een gezond verschijnsel is. Maar nu de gemeenschap minder steun, gebruiken en rituelen aanbiedt, is het belangrijk dat er in de omgeving van een rouwende mensen zijn die het verdriet willen zien en ontmoeten. Vergelijk het met een weg die je moet afleggen: alleen lijkt hij eindeloos, lijken de stappen zwaar en de eenzaamheid groot. Met tweeën is de opgave dezelfde, maar de weg lijkt korter, de stappen lichter en de eenzaamheid draaglijker.
Taken bij rouw (volgens W. Worden)
Er is lange tijd gedacht dat in ieder rouwproces een aantal fasen onderscheiden kunnen worden. Men dacht ook dat iedere fase een duidelijk begin- en eindpunt had en dat er in elke fase vaste reacties voorkwamen. Sommige auteurs hebben in een rouwproces drie fasen onderscheiden, anderen hebben zelfs vijf of acht fasen onderscheiden. Tegenwoordig wordt er op een andere manier naar rouwprocessen gekeken. In het zogeheten rouwtaken model van de Amerikaanse psychiater W. Worden, wordt er vanuit gegaan dat mensen na het verlies van een dierbare vier taken dienen te volbrengen. We zullen deze hieronder beschrijven.
Taak 1: Het aanvaarden van het verlies
Het aanvaarden van het verlies betekent: het geloven van het verlies, het onder ogen kunnen zien van het verlies, het verstandelijk weten dat het verlies realiteit is en het gevoelsmatig beseffen dat het verlies heeft plaatsgevonden. Net na het overlijden, en soms nog lange tijd daarna, is dit alles nog heel moeilijk. Mensen geven dit wel aan in woorden als: "ik kan niet geloven dat hij dood is", "ik kan het niet accepteren", "het dringt niet tot me door dat hij nooit meer terug zal komen", of "het kan niet waar zijn dat hij dood is". De realiteit van het overlijden dringt vaak pas geleidelijk door. Hoewel nabestaanden verstandelijk gezien al snel weten dat de ander overleden is, is het gevoelsmatig aanvaarden van het verlies vaak lange tijd heel moeilijk. Het aanvaarden van het verlies wordt steeds minder moeilijk omdat men er steeds weer aan herinnerd wordt dat de ander er niet meer is. Overal waar men komt en bij alles wat men doet waar de overledene voorheen bij aanwezig was, wordt men geconfronteerd met het feit dat de dierbare werkelijk voorgoed weg is. Het omgekeerde van aanvaarding van het verlies is ontkenning. Sommige mensen hebben erg veel moeite om onder ogen te zien dat de dierbare werkelijk overleden is en doen liever maar alsof het niet gebeurd is. Dit is niet verwonderlijk: het verdriet is vaak zo intens en de gevolgen van het verlies zijn vaak zo veelomvattend, dat men soms liever doet alsof het overlijden niet heeft plaatsgevonden. Ontkenning kan totaal of gedeeltelijk zijn. Een voorbeeld van totale ontkenning is dat mensen geloven dat de dierbare niet dood is en in dit leven terug zal keren. Een voorbeeld van gedeeltelijke ontkenning is dat mensen nog een tijdlang de tafel voor de overledene dekken of tegen hem of haar praten. Hoewel ontkenning een begrijpelijke en normale reactie is, kan langdurige ontkenning soms tot problemen leiden. Het onder ogen zien van het verlies en het verwerken ervan wordt namelijk steeds moeilijker.
Taak 2: Het voelen van de pijn die het gevolg is van het verlies
De verwerking van een verlies gaat vaak gepaard met emotionele pijn. Verschillende emotionele reacties kunnen daarbij voorkomen zoals verdriet, angst, boosheid en schuldgevoelens. Vaak is er een afwisseling in de mate waarin gevoelens gevoeld en geuit worden. Het ene moment voelen nabestaanden zich intens verdrietig, boos of somber en is er een hevig verlangen naar de overledene. Op een ander moment is het verdriet meer op de achtergrond aanwezig. Er wordt vaak gezegd dat deze tweede taak betekent dat mensen na het verlies van een dierbare altijd veel pijn moeten ervaren en verdriet moeten uiten. Maar dat is niet het geval. Het kan voorkomen dat mensen weinig verdriet en pijn ervaren ook al is het iemand van wie ze veel gehouden hebben. Dat kan bijvoorbeeld gebeuren bij mensen die een ouder verliezen die al een hoge leeftijd bereikt had. Bovendien geeft niet iedereen uiting aan verdriet. Het is goed om te beseffen dat het uiten van rouwgevoelens iets anders is dan het ervaren van deze gevoelens. Soms ervaren nabestaanden wel verdriet, maar uiten zij dit niet, of alleen als zij alleen zijn. Het is eigenlijk net als bij een positieve gebeurtenis: als mensen een blijde gebeurtenis meemaken dan uiten zij hun gevoelens daaromtrent telkens weer anders. Sommigen lachen of roepen het uit van geluk, anderen voelen veel minder blijheid of gaan meer ingetogen met hun blijde gevoelens om. Hoewel ieder mens de emotionele pijn om het verlies op een andere manier voelt en uit, kan het voorkomen dat mensen voor deze tweede taak weglopen. Dit kan bijvoorbeeld door het onderdrukken van verdriet of andere emoties, of door het wegstoppen van gedachten en herinneringen aan de overleden dierbare. Wanneer dit langdurig gebeurt en nabestaanden hun gevoelens blijven wegstoppen kan het den duur steeds moeilijker worden om het verlies een plaats te geven.
Taak 3: Het aanpassen aan een leven en een situatie waar de overleden dierbare geen deel meer van uitmaakt
Het overlijden van een dierbare leidt vrijwel altijd tot grote of minder grote veranderingen in het leven van nabestaanden. De mate waarin dit het geval is, is onder andere afhankelijk van de rol die de overledene vervulde. Een vrouw van wie de man altijd de beslissingen nam en die zorgde voor allerlei praktische zaken, staat na zijn overlijden voor de taak om zelfstandig beslissingen te nemen en om de praktische zaken zelf te regelen. Een man wiens vrouw altijd het initiatief nam in het contact met anderen, staat na haar overlijden voor de taak om zelfstandig contacten te leggen en te onderhouden. Een moeder die de opvoeding van haar kinderen altijd met haar man deelde, staat na zijn overlijden ineens voor de taak om de kinderen alleen op te voeden. Er verandert soms ook iets in de identiteit van nabestaanden. Een man die zijn vrouw verliest is ineens geen echtgenoot meer, maar weduwnaar. Een moeder die haar enigst kind verliest, verliest haar moederrol. Kinderen die hun ouders verliezen hebben niemand meer om kind bij te zijn. Op alle veranderingen die er door en na het overlijden plaatsvinden moeten nabestaanden een antwoord vinden. En dan hebben we het nog niet eens gehad over alle kleinere veranderingen die men dagelijks tegenkomt: de man wiens vrouw overleden is komt elke avond thuis in een leeg huis, ouders die hun kind verloren hebben horen niet langer elke middag de deur en de tas die in de hoek gegooid wordt, de vrouw die haar moeder verliest kan niet langer elke dag even bijpraten. We kunnen nog lang doorgaan met het noemen van voorbeelden van veranderingen waar nabestaanden een antwoord op moeten vinden. Het aanpassen aan het leven waar de overleden dierbare geen deel meer van uitmaakt, vraagt vaak heel veel van nabestaanden. Wat ook bij het aanpassen hoort, is het aanpassen van verwachtingen, ideeën en opvattingen over de toekomst en het leven. Voorheen verliep het leven als het ware langs een ononderbroken lijn van verleden naar toekomst. Door het overlijden wordt deze vanzelfsprekende lijn doorbroken en dienen nabestaanden zich opnieuw te bezinnen op het leven en de betekenis ervan. Het is niet ongebruikelijk dat nabestaanden het gevoel hebben dat alle richting in het leven verloren is gegaan. Soms zoekt men langdurig naar een antwoord op de vraag waarom het overlijden heeft plaatsgevonden. Het aanpassen betekent soms dat men een antwoord op deze vraag weet te vinden. Vaak betekent het echter dat men ermee moet leren leven dat er geen antwoord op te vinden is.
Taak 4: De overledene emotioneel een plek geven en verder leven zonder de overledene
Vroeger werd wel gedacht dat een verlies pas goed verwerkt zou zijn als men de band met de overledene doorgesneden zou hebben. Tegenwoordig denkt men daar anders over. Het gaat er niet om dat de band met de overledene wordt 'doorgesneden' of 'losgelaten'. Het is onmogelijk om iemand die zo dierbaar was en die zo'n belangrijke plaats innam in het leven te 'vergeten' of 'los te laten'. De relatie met de overledene blijft bestaan, maar de aard van de relatie verandert. In een rouwproces dient men als het ware een plek te vinden voor de overledene. Een geschikte plek is een plek die het nabestaanden mogelijk maakt om verder te leven, om zich te richten op de toekomst, om zich te richten op dingen die niet met het verlies en de overledene te maken hebben. Onder het verder leven valt ook het aangaan van nieuwe banden en soms het aangaan van een nieuwe intieme relatie. Dat laatste is iets dat veel nabestaanden moeilijk vinden. Wanneer de partner overleden is voelen mensen zich vaak schuldig tegenover die partner als zij met een ander een relatie aangaat. Het aangaan van een nieuwe (intieme) band hoeft echter niets af te doen aan de band met de overledene. Soms verloopt de verwerking van een verlies heel moeizaam omdat mensen moeite blijven houden met deze vierde taak. Het kan bijvoorbeeld gebeuren dat mensen zich vast blijven houden aan de overledene en de band met hem of haar niet veranderen. Het kan ook gebeuren dat mensen zich niet op de toekomst durven richten omdat zij het moeilijk vinden om met hun leven verder te gaan zonder de aanwezigheid van de dierbare. Voor mensen die op latere leeftijd een partner verliezen is het soms extra moeilijk om deze taak te volbrengen. Eenzaamheid komt veel voor omdat sommige ouderen niet over de mogelijkheden beschikken om zelfstandig dingen te doen of (nieuwe) contacten te maken en te onderhouden.
Duur verwerkingsproces
Nabestaanden en hun omgeving verwachten vaak dat het rouwen na een half jaar wel voorbij is. Of dat zo is, verschilt van persoon tot persoon. Het rouwproces kost in het algemeen veel tijd, vaak zelfs meerdere jaren. Ook na die tijd kan de nabestaande nog overvallen worden door verdriet en gevoelens van gemis. Het verlies heeft een plaats gekregen als iemand zonder al te sterke emoties over de overledene kan praten en met plezier herinneringen aan hem of haar kan ophalen. Het verdriet is misschien niet weg, maar het beheerst het leven niet meer.
Verwerkingsproblemen
Als de rouw en de emoties na een verlies zeer intens blijven en ook na maanden niet geleidelijk verminderen, kan dit wijzen op verstoorde rouw. Het verwerkingsproces is dan vastgelopen. Ook als een bepaalde emotie, zoals schuldgevoel of ernstige neerslachtigheid, langere tijd sterk overheerst, is het raadzaam professionele hulp in te schakelen. Dat geldt ook voor een nabestaande die bang is zichzelf iets aan te doen, vreest dezelfde ziekte te krijgen als de overledene, of de pijn van het verlies probeert te vermijden door overmatig drank-, drugs- of medicijngebruik of ander problematisch gedrag, zoals gokken.
Hulp bij rouwverwerking
"Waarom zou ik met iemand gaan praten, ik krijg haar toch niet terug?"
Bovenstaande uitspraak is afkomstig van een weduwnaar. Hij was kwaad en verbitterd dat zijn vrouw was overleden en was van mening dat zijn leven alleen nog zin en betekenis kon hebben als zij weer terugkwam. Iemand die zich afsluit van anderen ontneemt zichzelf een belangrijke mogelijkheid om verder te komen en een verlies een plaats te geven. De mens is een sociaal wezen en heeft behoefte zich te uiten over zaken die hem of haar bezig houden. Uit verschillende onderzoeken komt naar voren dat sociale steun van mensen in de directe omgeving erg belangrijk is voor het verwerkingsproces. Hieronder staan we stil bij wat sociale steun wel en niet is. Daarna gaan we in op hulp van lotgenoten en van professionele hulpverleners.
Nabestaanden die aangeven belemmerende contacten te hebben noemen twee soorten belemmeringen. De eerste soort is die van de vermijding van de rouw: Bekenden komen te weinig langs. Als men komt wil men te weinig praten over de overledene; doet men vaak gemaakt vrolijk of doet alsof er niets aan de hand is. De tweede soort belemmering betreft dat nabestaanden het gevoel hebben dat ze in een keurslijf zitten: ze moeten eruit gaan of 'je moet erover praten', kortom te veel ongevraagde adviezen, te veel aanmoedigingen tot herstel ('de volgende Kerst ben je er weer helemaal bij') en onecht inleven in de ander ('ik weet precies hoe je je voelt').
Wat vinden nabestaanden steunend gedrag van anderen?
• Luisteren: Veel nabestaanden willen een luisterend oor, zodat ze steeds weer (iets) kunnen vertellen over het verlies en de overledene, maar vooral ook over dagelijkse zaken.
• Aanwezig zijn: van familie en vrienden, vaak zonder veel gesprek of actie, wordt zeer waardevol gevonden.
• Warmte bieden: dat anderen bijvoorbeeld eens een arm om een schouder doen en zo betrokkenheid tonen.
• Initiatief tonen: Veel nabestaanden stellen het op prijs dat anderen zelf creativiteit tonen en initiatieven nemen. Een weduwnaar uit ons onderzoek was blij verrast door de uitnodiging van zijn 9 jarige neef die op de verjaardag een tekening wilde brengen naar het graf van zijn overleden tante. De man die dit in eerste instantie niet van plan was, ging mee naar het graf van zijn vrouw. Samen beleefden ze een waardevolle middag.
• Evalueren: bij de ander soms eens navragen of wat gebeurt (of juist niet gebeurt) wel goed is. Dit is in ieder geval beter dan vóór de ander te denken, zoals in het bovenstaande voorbeeld menigeen gedacht zou hebben dat de man juist op deze dag niet gediend zou zijn van zijn neefje.
Lotgenotenhulp
In Nederland bestaan organisaties van lotgenoten die eenzelfde soort verlies hebben meegemaakt, zoals de Vereniging 'Ouders van een Overleden Kind' en de Vereniging 'Ouders van Wiegendoodkinderen'. Deze organisaties hebben velerlei activiteiten. Men geeft brochures uit over de aard en gevolgen van het verlies en geeft een eigen verenigingsblad uit, waarin onder meer ruimte is voor persoonlijke ervaringen. Men heeft vaak een telefonische informatie- en hulplijn en huisbezoeken. Er worden contactdagen georganiseerd, waarin ruimte is om in kleine groepen ervaringen te delen. Daarnaast verzorgt men in verschillende plaatsten zelfhulpgroepen. Centrale activiteit daarbij is het uitwisselen van ervaringen en gevoelens omtrent de hen overkomen gebeurtenis. Die ervaringen kunnen zowel betrekking hebben op het verleden (namelijk het overlijden van de dierbare en de omstandigheden daarbij) als op het heden. Ouders van wie een kind is overleden geven elkaar bijvoorbeeld tips over hoe om te gaan met de andere kinderen van het gezin of met de buren en kennissen. Omdat men in een zelfhulpgroep veel van elkaars reacties herkent, durft men gewoonlijk ook meer van zichzelf te laten zien. Dat hoeven overigens niet alleen negatieve emoties te zijn: het is een ervaringsfeit dat juist in dergelijke groepen ook gelachen kan worden, terwijl dit vaak juist niet goed kan in de eigen sociale omgeving.
De opzet en werkwijze binnen deze zelfhulpgroepen kunnen zeer variëren. Meestal zijn het doorlopende groepen, dat wil zeggen dat er op elk moment nieuwe mensen met de groep kunnen beginnen of kunnen stoppen. Tegengesteld hieraan zijn groepen, die als groep een duidelijk begin en einde hebben. Het Landelijk Steunpunt Rouwbegeleiding (LSR) heeft een actuele adressenlijst met landelijke en regionale verenigingen van lotgenoten.
Citaat nabestaande:
"Ik heb een hele tijd 'op slot' gezeten. Mijn man was de enige met wie ik over mezelf sprak, ook over mijn verleden. Nu heb ik via de kerk een lotgenote gevonden om mee te praten. Deze vrouw begrijpt mij ook en dat had ik nooit gedacht. Je hebt iemand nodig die gewend is te praten over gevoel en zo. Ik heb vijf kinderen, maar ik durf het niet aan om met hen over hun overleden vader te praten."
Rouwbegeleiding
Rouwbegeleiding kan gezien worden als een steun in de rug voor nabestaanden die een in essentie normaal rouwproces doormaken. Evenals bij het lotgenotencontact ligt bij rouwbegeleiding het accent op het steunen van de nabestaanden en niet primair op verandering, zoals bij een rouwtherapie.
Rouwbegeleiding kan op heel verschillende manieren plaatsvinden. Ten eerste kan het onderscheid tussen individuele en groepsbegeleiding gemaakt worden. Individuele rouwbegeleiding wordt vaak uitgevoerd door maatschappelijk werkers, pastores, artsen of getrainde lotgenoten. De groepsbegeleiding is meestal rond een specifieke doelgroep georganiseerd, zoals oudere weduwen of nabestaanden van iemand die zich gesuïcideerd heeft.
Een tweede onderscheid is die tussen begeleiding van professionele en niet-professionele begeleiders. De eerste groep werkt vanuit een professionele methodiek. Dit kan bij de (non-professionele) vrijwilliger door training eveneens het geval zijn. Veelal zal de huisarts of het plaatselijk Algemeen Maatschappelijk Werk weten waar rouwbegeleiding gegeven wordt.
Tips voor nabestaanden
Probeer de eerste dagen na het overlijden zo bewust mogelijk mee te maken en zoveel mogelijk zelf te doen. Dit helpt bij het afscheid nemen.
Wees niet bang om kinderen te betrekken bij de praktische zaken rond het overlijden.
Vertel kinderen concreet, eerlijk en duidelijk wat er aan de hand is. Uitspraken als 'papa slaapt voor altijd' of 'god heeft je zusje tot zich genomen omdat hij haar zo lief vond' kunnen een kind bang maken om te gaan slapen of opstandig maken.
Ga uw gevoelens niet uit de weg. Ze nemen daardoor niet af. Denk ook niet dat wat u voelt, bijvoorbeeld boosheid of razernij, niet 'hoort' of niet 'goed' is.
Praat, als u daaraan behoefte heeft, met vertrouwde mensen over uw gevoelens, de overledene of gebeurtenissen rond het overlijden.
U kunt uw verlies ook verwerken door - bijvoorbeeld - te sporten, naar muziek te luisteren, een dagboek bij te houden, te klussen, of tekeningen te maken. Belangrijk is dat u de manier vindt die bij u past.
Vooral als u last heeft van een 'film' in uw hoofd over de laatste dag(en) voor het overlijden, kan het helpen om te schrijven over het leven van en met uw dierbare. Gun uzelf de tijd. Het verwerkingsproces kan langer duren dan u wellicht verwacht.
Vertel mensen in uw omgeving wat u prettig vindt, zoals wel of niet over het verlies praten of samen iets ondernemen. Probeer structuur in de dag te houden, door op tijd op te staan, drie keer per dag te eten (al is het nog zo weinig), het huishouden te doen en op tijd naar bed te gaan.
Probeer stap voor stap het leven weer op te pakken en ga bijvoorbeeld bij iemand langs of maak een wandeling, ook al vindt u dat nog een grote stap.
Als u geen afscheid hebt kunnen nemen van uw dierbare kan het helpen om een afscheidsceremonie te houden.
Zoek meer informatie over rouw en verliesverwerking in boekhandel, bibliotheek of op internet.
Zoek contact met lotgenoten, een rouwbegeleider of professionele hulpverlener als u daaraan behoefte heeft.
Tips voor de omgeving
Accepteer de emoties en het gedrag van de nabestaande. Gun de persoon zijn eigen manier van verwerken.
Wees voorzichtig met het geven van adviezen en praat aanwezige schuldgevoelens niet weg.
Neem initiatieven en maak concrete afspraken met de nabestaande. Spreek een tijdstip af voor een bezoek of onderneem samen iets.
Wees niet bang om over de overledene te praten. Het ophalen van mooie en grappige, maar ook moeilijke herinneringen helpt het verlies te verwerken.
Wees ook niet bang om het verkeerde te zeggen of te doen. Er 'zijn', luisteren en steun bieden, is het belangrijkst.
Bied hulp aan bij praktische zaken, met name dingen die de overledene voor zijn of haar rekening nam, bijvoorbeeld de administratie of de opvang van de kinderen. Let er wel op niet alles uit handen te nemen.
Denk niet te snel dat de nabestaande nu wel over het verlies heen zal zijn. Na verloop van tijd zal de rouwende uit zichzelf misschien niet meer durven praten over het verlies. Blijf dus langskomen en informeren hoe het gaat.
Bron: psychowijzer.nl _________________ One of the penalties for refusing to participate in politics is that you end up being governed by your inferiors.. |
|
| Naar boven |
|
 |
|
|