! Ease The Pain ! forum index


 
Eetstoornissenprintvriendelijke versie

In dit topic vind je allerlei informatie terug over de diverse psychische 'stoornissen'. Als je informatie mist, of als je nog meer interessante informatie hebt, stuur dat dan svp in een mail naar beheer@easethepain.nl.

Waarschuwing

Als je je herkent in informatie, die hieronder staat, dan wilt dat nog niet zeggen dat je datgene ook daadwerkelijk hebt. Een psychiater is de enige die een diagnose kan stellen. Als je je ergens in herkent, dan kun je dat natuurlijk wel aangeven bij je hulpverlener, maar je kunt jezelf hierop nooit diagnosticeren.

Daarnaast is het belangrijk om te weten dat veel diagnose's uit de DSM puur een karakterbeschrijving zijn. Ze zijn niet gebaseerd op wetenschappelijke onderbouwing, of zijn gebaseerd op een pseudowetenschap. Als je aan een psychische 'stoornis' lijdt, dan wil dat nog niet zeggen dat je ziek bent. Zoals bijv. bij ADHD hyperactiviteit en concentratieproblemen kenmerken zijn, wil dat nog niet zeggen dat iemand die hyperactief is of concentratieproblemen heeft ziek is.

Hou dus nooit teveel vast aan een diagnose, het draait niet om de diagnose, maar om jouw toekomst. Begin dan ook niet zonder meer met het slikken van psychiatrische medicatie, maar probeer jezelf eerst er bovenop te vechten zonder deze middelen te gebruiken. De manier waarop je omgaat met de kennis van je eigen gedachtenpatronen en karakterkenmerken zijn grotendeels bepalend voor jouw psychische welzijn in de toekomst. Daarnaast heeft medicatie ook de nodige bijwerkingen, zoals verhoogd risico op agressie, destructief gedrag en zelfmoordneigingen. Deze bijwerkingen komen relatief vaak voor, en kunnen desastreuze gevolgen hebben. Dat terwijl deze bijwerkingen veelal niet vermeld worden door medicijnfabrikanten en hulpverleners.



Inhoud

Anorexia Nervosa/Boulimia Nervosa
Binge Eating Disorder (BED)
Eetstoornis NAO

Anorexia Nervosa/Boulimia Nervosa

Eetstoornissen zijn verstoringen in het eten en/of drinken. Dit kan overmatig eten zijn, maar ook het uithongeren. Eetstoornissen eisen veel slachtoffers. De bekendste eetstoornissen zijn Anorexia Nervosa en Boulimia Nervosa. Anorexia nervosa is een eetstoornis, waarbij iemand een vervormd beeld van het eigen lichaam heeft, een grote angst heeft om dik te worden en daarbij dusdanig probeert een normaal lichaamsgewicht na te streven, dat veelal ernstig ondergewicht ontstaat. Boulimia Nervosa is een eetstoornis, waarbij iemand terugkerende eetbuien heeft, gevolgd door opzettelijke handelingen om het zo snel mogelijk het lichaam uit te krijgen, zoals door braken of laxeermiddelen.

Hoevaak komen eetstoornissen voor?

Anorexia en Boulimia Nervosa komen voornamelijk voor bij vrouwen; ongeveer 5% van de patiënten is man. Anorexia komt voor bij 1.4 op de 1000 vrouwen. De schattingen voor boulimia zijn aanmerkelijk hoger: 4,5% van de vrouwen en 1,5% van de mannen zou hier aan lijden. De ziektes duren gemiddeld 7,5 jaar, met een spreiding van een half jaar tot dertig jaar. De weg naar genezing is vaak lang. Ongeveer 40% van de patiënten herstelt volledig, 40% herstelt gedeeltelijk en 20% herstelt niet. Ongeveer 10% van de patiënten overlijdt aan de gevolgen van deze ziektes.

Lijnen vormt een belangrijke risicofactor voor het ontstaan van de eetstoornissen anorexia en boulimia nervosa. Tweederde van alle vrouwen wil graag afvallen. Daarom doet 50% van alle vrouwen permanent aan de lijn. In de Verenigde Staten heeft 50% tot 80% van de meisjes al voor hun dertiende jaar meer dan eens een serieuze lijnpoging ondernomen. Betekent dit dat tweederde van de vrouwen te dik is? Nee, het merendeel van de vrouwen heeft een gewicht dat volgens medische maatstaven gezond is. Veel vrouwen voelen zich dus te dik, al zijn ze het niet. Blijkbaar is er een verschil tussen medisch en 'modisch' gewenst gewicht. Wat 'modisch' gewenst is, wordt ons dagelijks via de media voorgehouden. Een generatie geleden woog het gemiddelde fotomodel nog 8% minder dan de gemiddelde Amerikaanse vrouw, terwijl zij nu 23% minder weegt. Door betere voedingsomstandigheden worden we steeds zwaarder, terwijl het zogenaamde 'ideale' gewicht steeds lager komt te liggen. Deze discrepantie is er de oorzaak van dat steeds meer vrouwen voortdurend op dieet zijn.

Wat is de oorzaak?

Er is niet één oorzaak voor het ontstaan van eetstoornissen aan te wijzen. Een combinatie van factoren speelt een rol. Omdat Anorexia en Boulimia overwegend bij vrouwen en meisjes voorkomen, hebben cultureel-maatschappelijke en sociale verklaringen zich tot nu toe grotendeels toegespitst op hun situatie. Maar ook jongens en mannen lijden aan eetstoornissen. Het zal daarom duidelijk zijn dat geen van de factoren op zichzelf de doorslag geeft. Het gaat altijd om een samenspel, waarbij de invloed van de specifieke factoren bij elke patiënt weer enigszins anders kan liggen. Globaal kunnen de volgende factoren worden onderscheiden.

Cultureel-maatschappelijke factoren:

De toename van het aantal vrouwen met eetproblemen kan in verband gebracht worden met de veranderende rol van vrouwen in de westerse samenleving. Aan de ene kant moeten vrouwen nog steeds het ideaal van de zorgende, zachtaardige en aantrekkelijke echtgenote en moeder naleven, aan de andere kant worden ook steeds meer traditioneel 'mannelijke' activiteiten van hen verwacht, zoals een studie en een loopbaan. Deze vaak tegenstrijdige verwachtingen kunnen leiden tot het onmogelijke streven om 'perfect' te zijn of tot verwarring over de eigen identiteit als vrouw. Manipulaties van het eetgedrag en het lichaam zijn dan manieren om met deze problematiek om te gaan. Eén eis die aan vrouwen in de westerse cultuur wordt gesteld speelt daarbij een centrale rol: slank zijn. Het slankheidsideaal lijkt een belangrijke factor in het ontstaan van anorexia en boulimia nervosa. Het 'ideale' vrouwelijke figuur, zoals dat in de media veelvuldig wordt getoond, is steeds minder vrouwelijk, dat wil zeggen: heeft steeds minder heupen en billen. Het gewicht van modellen daalt nog steeds en ligt dikwijls ruim onder de norm voor een diagnose van anorexia nervosa. In landen als Japan, waar de invloed van de westerse cultuur toeneemt, neemt ook het aantal anorexia- en boulimiagevallen toe.

Onder invloed van deze westerse 'ideaalbeelden' doen veel vrouwen dan ook 'aan de lijn', soms een leven lang. Meisjes blijken steeds jonger ontevreden te zijn met hun uiterlijk en proberen hun voedselinname te beperken. Juist het dieet houden vormt een belangrijke risicofactor voor het ontstaan van eetstoornissen, zeker wanneer men geen of maar een matig overgewicht heeft. Voor anorexia-patiënten geldt dat zij doorschieten in hun lijngedrag; voor BED/boulimia-patiënten geldt dat het lijngedrag het ontstaan van eetbuien in de hand werkt. (Zie verder onder 'Lichamelijke factoren'.)

Sociale factoren:

De invloed van het westerse slankheidsideaal dringt uiteraard niet alleen door via de media, maar manifesteert zich ook in de sociale omgeving. Ongezond lijngedrag van bijvoorbeeld een ouder kan leiden tot ongezond lijngedrag van een kind. Herhaalde, kritische opmerkingen over lichaamsomvang, uiterlijk en gewicht door familieleden, partners, vrienden, klasgenoten, medestudenten of collega's kunnen aanleiding geven tot onnodig lijngedrag, dat zich weer kan ontwikkelen tot anorexia of BED/boulimia. Naarmate de persoon die de kritische opmerkingen maakt een belangrijker rol speelt in iemands leven, zal het schadelijke effect groter zijn.

Maar kritische opmerkingen hoeven niet eens aan een persoon zelf gericht te zijn om een negatief effect te hebben. In een situatie waarin systematisch op uiterlijk wordt beoordeeld, zal men de heersende normen al snel op zichzelf gaan toepassen. Wanneer lichamelijke perfectie van groot belang wordt geacht, zoals in het ballet, de modellenwereld en in de sport, lopen vrouwen het risico door te schieten in hun streven aan die norm te voldoen.

Behalve druk uit de directe omgeving om aan het slankheidsideaal te voldoen, kan de omgeving ook nog op een andere manier aanleiding geven tot het ontwikkelen van eetproblemen. Vaak komt het voor dat patiënten binnen het gezin niet voldoende geleerd hebben gevoelens te uiten of conflicten op te lossen. De patiënten kunnen dan niet omgaan met emoties, zoals boosheid, verdriet en soms zelfs vreugde, en brengen deze ten onrechte in verband met eten. Ook ingrijpende traumatische ervaringen, zoals incest en lichamelijk of geestelijk geweld, kunnen leiden tot het ontstaan van een eetstoornis.

Psychologische factoren:

Hoewel cultureel-maatschappelijke en sociale factoren voor het ontstaan van eetproblemen zeker een rol van betekenis spelen, kunnen ook meer persoonsgebonden factoren van belang zijn. Mensen met anorexia en boulimia zijn over het algemeen kwetsbaar en ze trekken zich meer dan anderen allerlei zaken aan. Ze willen alles erg goed doen, maar slagen hier in hun eigen ogen bijna nooit in.

Wanneer vanuit deze onzekerheid conclusies worden getrokken die vervolgens het denken gaan bepalen ('Alleen als ik tien kilo afval, zullen mensen mij aardig vinden'), komen patiënten in een neerwaartse spiraal terecht: al het succes of falen wordt tenslotte in verband gebracht met het lichaamsgewicht. Een vertekend lichaamsbeeld, lage zelfwaardering en extreem perfectionisme zijn dan ook kenmerkend voor patiënten met anorexia en boulimia.

Het feit dat eetproblemen vaak in de puberteit ontstaan, wijst erop dat juist de grote lichamelijke en psychologische veranderingen van die periode tot een groter risico leiden. Zeker meisjes laten een grote daling in zelfvertrouwen zien. Onzekerheid over de nieuwe rol als vrouw kan leiden tot de behoefte om het meisjeslichaam 'in de hand te houden'. Ook kan het eetgedrag een manier zijn om een besef van autonomie, dat niet voldoende aanwezig is, te ontwikkelen. Controle over het lichaam wordt dan synoniem met controle over het eigen leven.

Eetstoornissen kunnen echter ook na de puberteit ontstaan. In dat geval spelen soms bijzondere gebeurtenissen een rol die op een andere manier kennelijk niet goed verwerkt kunnen worden, zoals een verbroken relatie, het overlijden van een geliefd persoon, het huis uit gaan, sexueel misbruik, een zwaar examen moeten doen of het krijgen van een kind.

Lichamelijke factoren:

Tot nu toe zijn er geen ondubbelzinnige aanwijzingen dat eetstoornissen een puur lichamelijke oorzaak hebben. Naar zaken als erfelijkheid, zinktekort en de invloed van neurotransmitters wordt onderzoek gedaan, maar vooralsnog zonder eenduidig resultaat.

Wel lijkt het erop dat lijnen een belangrijke risicofactor is, zeker als het gebeurt zonder dat er sprake is van groot overgewicht. Mensen die zichzelf voedsel ontzeggen dat zij nodig hebben, gaan automatisch aan eten denken - daar zorgt het lichaam wel voor. Een dieet kan dus het begin vormen van een preoccupatie met eten en een verstoring van het honger- en verzadigingsmechanisme.

Zijn mensen eenmaal op deze weg, dan kunnen zij doorslaan naar steeds strenger vasten, uit angst om anders de controle over het steeds meer om voedsel schreeuwende lichaam te verliezen. Ook kan hongeren tot gevolg hebben dat er eetbuien ontstaan, die meestal uitmonden in een steeds chaotischer eetpatroon. De patiënten komen dan in een vicieuze cirkel terecht.

Wat zijn de gevolgen van eetstoornissen?

Lichamelijke gevolgen:

Anorexia-patiënten kunnen door hun eetgedrag erg vermageren. Door de ondervoeding en vermagering kunnen veel lichamelijke klachten optreden. Bij vrouwen stopt de menstruatie, want de hormonen die voor de menstruatiecyclus zorgen nemen af tot het niveau van voor de puberteit. Het uitblijven van de menstruatie gaat gepaard met tijdelijke onvruchtbaarheid. De ademhaling en de hartslag worden trager. Ook de bloeddruk daalt. Dit komt doordat het lichaam bij dalend gewicht en verminderde voedselinname zoveel mogelijk overschakelt op besparing in de stofwisseling. Als gevolg hiervan voelen de patiënten zich dikwijls erg moe, duizelig, lusteloos, depressief.
Doordat er weinig eten wordt verbrand, daalt de lichaamstemperatuur en hebben de patiënten last van koude, blauwe handen en voeten. Ook kan, als gevolg van de lage lichaamstemperatuur, een donsachtige beharing in het gezicht, op de armen, borst en rug ontstaan. De conditie van het gebit en de haren verslechtert. Er kan haaruitval optreden. De huid wordt droog en schilferig en verslapt. Door de beperking van de voedselinname kan verstopping optreden. Dit is voor anorexiapatiënten vaak een reden om in paniek te raken en toevlucht te nemen tot braken of laxeermiddelen.

Bij extreme vermagering ontstaat vaak een vochtophoping (oedeem) in de onderbenen. Als patiënten sterk vermageren wordt spierweefsel afgebroken. Het honger- en verzadigingsmechanisme raakt volkomen verstoord. De patiënten voelen op den duur niet meer wanneer ze honger hebben of negeren het hongergevoel. Anorexia-patiënten slapen vaak slecht. Meestal slapen zij moeilijk in of zijn al vroeg weer wakker. Vaak lossen zij dit probleem op door 's morgens vroeg al weer met werk, studie of andere activiteiten te beginnen. Door het ontoereikende of eenzijdige dieet kunnen tekorten aan bepaalde mineralen en vitamines ontstaan. Bij patiënten die laxeer- en/of plasmiddelen gebruiken en/of regelmatig braken kunnen ernstige stoornissen in de electrolytenhuishouding ontstaan, in het bijzonder een tekort aan kalium. Dit kan leiden tot nier- en leverbeschadigingen, spierkrampen, hartritmestoornissen en zelfs hartstilstand.

Bij boulimia nervosa kunnen als gevolg van het onregelmatige eetpatroon, het braken en het laxeren een groot aantal klachten optreden. Bij vrouwen kunnen menstruatiestoornissen optreden. De menstruatie is dan erg onregelmatig of blijft uit. Verstoring van het honger- en verzadigingsmechanisme. De patiënten weten niet meer wanneer zij honger hebben of wanneer zij vol zitten. Door veelvuldig braken komen de slokdarm en de mondholte voortdurend in contact met het maagzuur. Hierdoor wordt het glazuur van het gebit aangetast (cariës) en kunnen de speekselklieren opzetten. Ook keelpijn en langdurige heesheid kunnen door het braken ontstaan. Door het gebruik van laxeer- en vochtafdrijvende middelen raakt de vochthuishouding verstoord. Het gevolg hiervan kan een lage bloeddruk zijn met klachten als duizeligheid, zwakte, een licht gevoel in het hoofd en flauwvallen. Door braken of het gebruik van laxeermiddelen kan een tekort aan kalium ontstaan, wat kan leiden tot nier- en leverbeschadigingen, spierkrampen, hartritmestoornissen en hartstilstand. Er kan een tekort aan vitaminen en mineralen ontstaan. Ook kan bloedarmoede optreden. Bij patiënten die regelmatig veel eten, rekt de maag uit. In het ernstigste geval kan de maagwand scheuren door het plotselinge uitzetten van de maag. Dit laatste komt echter niet zo vaak voor. Patiënten kunnen verslaafd raken aan de laxeermiddelen.

Lichamelijke gevolgen na de eetstoornis:

Anorexia Nervosa: Bijna alle lichamelijke symptomen verdwijnen wanneer de patiënten weer een stabiel, normaal gewicht hebben bereikt. Als de ziekte echter vele jaren duurt, kan onherstelbare schade aangericht worden. Zeker omdat anorexia-patiënten zelf vaak de ernst van hun lichamelijke toestand ontkennen, is dit risico aanwezig. Bij vrouwen die langdurig niet menstrueren, kan op den duur botafbraak (osteoporose) ontstaan. Hierdoor neemt de kans op botbreuken toe. Al met al is het beslist niet overdreven om anorexia nervosa als een lichamelijk gevaarlijke ziekte te beschouwen.

Boulimia Nervosa: De meeste lichamelijke symptomen kunnen zich herstellen als de eetstoornis verdwijnt. Dit kan echter wel enige tijd duren. Omdat veel mensen met boulimia nervosa een normaal lichaamsgewicht hebben, is het door anderen vaak moeilijk te zien dat zij een eetstoornis hebben. Omdat de patiënten zich doorgaans over hun eet- en purgeergedrag schamen, spreken zij vaak niet over hun lichamelijke klachten, waardoor deze onopgemerkt blijven. Dit maakt boulimia nervosa tot een lichamelijk gevaarlijke ziekte.

Sociale gevolgen:

Mensen met anorexia voelen zich vaak geïsoleerd en verlaten. De omgeving begrijpt niet dat de patiënten hun lichaam heel anders ervaren dan anderen het zien. De vermagering en het abnormale eetgedrag roepen veel onbegrip en bezorgdheid op bij familie en vrienden. Daarom proberen zij hun eetstoornis zo veel mogelijk verborgen te houden en zullen zij allerlei smoesjes en uitvluchten verzinnen. Hierdoor kunnen zij door hun omgeving als leugenachtig of onbetrouwbaar worden ervaren.

Anorexia-patiënten zijn eigenlijk voortdurend bezig met het plannen en geheimhouden van hun eetgedrag. Dit veroorzaakt veel stress. Iets gewoons als een etentje of een verjaardagsfeestje kan anorexia-patiënten erg nerveus maken. Door de stress worden ze kwetsbaar, onzeker, dwingerig of snel geïrriteerd en hebben ze last van grote stemmingswisselingen. Ze moeten van zichzelf aan een heleboel regels voldoen en worden in hun denken en doen erg in beslag genomen door hun ziekte.

Anorexia-patiënten gaan zich op den duur steeds meer afzonderen van de mensen om hen heen. Ze zijn uiteindelijk alleen nog maar bezig met wèl of niet eten, met dik of dun zijn, of met hardlopen, fietsen of zwemmen. Hoewel ze vaak grote moeite doen om zich zo aangepast mogelijk te gedragen, zijn zij zo door hun ziekte geobsedeerd, dat zij haast niets meer voor andere mensen of zaken kunnen voelen. Zij komen daardoor al gauw in een sociaal isolement.

Boulimia-patiënten voelen zich ook vaak erg eenzaam in de worsteling met hun ziekte. Ze zoeken pas hulp als de wanhoop te groot is om mee verder te leven. Als ze er uiteindelijk toe zijn gekomen hun probleem aan anderen te vertellen, voelen ze zich nog vaak alleen. Het is moeilijk om aan buitenstaanders duidelijk te maken wat het betekent om met zo'n dwang te moeten leven. Boulimia-patiënten zijn in gedachten veelvuldig bezig met eten en ze piekeren vaak over hun uiterlijk en gewicht. Hierdoor kunnen ze zich moeilijk op andere dingen concentreren, zoals studie en het onderhouden van relaties. Mensen met boulimia komen daarom op den duur vaak in een sociaal isolement terecht.

Omdat ze zich zo schamen en bang zijn om afgewezen te worden, proberen boulimia-patiënten vaak hun eetbuien voor anderen verborgen te houden. Het braken en het gebruik van laxeermiddelen houden zij uiteraard ook geheim. Zo lijden velen van hen jarenlang een soort 'dubbelleven', waarbij zelfs een levenspartner, ouders of een beste vriendin niet op de hoogte zijn van hun problematiek. De eetbuien fungeren dan als uitlaatklep om ogenschijnlijk probleemloos te blijven functioneren.

Boulimia-patiënten stellen, net als een anorexia-patiënten, hoge eisen aan zichzelf. Daarom beschouwen zij het feit dat zij hun eetgedrag niet in de hand kunnen houden als gebrek aan wilskracht en zelfbeheersing. Hierdoor voelen ze zich schuldig en krijgen ze vaak een hekel aan zichzelf. Als ze er daarnaast ook nog niet in slagen het, in hun ogen, ideale lichaamsgewicht te handhaven, kan dit uitlopen op een enorme walging van zichzelf.

Het vele eten en de laxeermiddelen kosten veel geld. Boulimia-patiënten komen daarom niet zelden in financiële problemen. Dit versterkt hun isolement, want hierdoor wordt het ook weer moeilijker om iets met anderen te ondernemen. Uitgaan kost immers ook weer geld. Als de financiële zorgen groot worden, komt het ook voor dat de patiënten voedsel gaan stelen uit de winkel. Hier voelen ze zich dan weer erg schuldig over.

Wat hebben eetstoornissen gemeenschappelijk?

In eerste instantie lijkt er een tegenstelling te bestaan tussen 'hongeren' en 'zichzelf regelmatig overeten'. Toch hebben anorexia, boulimia en eetbuienstoornissen veel overeenkomsten. De patiënten hebben dan ook een aantal kenmerken gemeenschappelijk. De stoornissen kunnen bij dezelfde persoon optreden. Het komt regelmatig voor dat anorexia-patiënten op den duur boulimia ontwikkelen. De oorzaken zijn ook vaak dezelfde. Deze worden in het volgende hoofdstuk beschreven.

Voor de meeste mensen met een eetstoornis geldt:

• Ze zijn geobsedeerd door alles wat te maken heeft met eten, gewicht en lichaamsomvang. In hun gedachten zijn ze voortdurend bezig met wat ze wel of niet zullen eten en met de gevolgen die dit op de weegschaal of voor de spiegel zal hebben.
• Ze zijn extreem bang om aan te komen. Afvallen of hetzelfde gewicht weten te houden stelt hen gerust. Door deze obsessie verandert hun eetgedrag.
• Ze zijn vervreemd geraakt van hun lichaam. Ze hebben een hekel aan hun lijf en ervaren zichzelf veel dikker dan ze in werkelijkheid zijn. Omdat ze zich voortdurend dik en opgezwollen voelen, luisteren ze niet naar de signalen die hun lichaam geeft, wanneer het behoefte heeft aan voedsel. Op den duur zijn ze niet meer in staat om deze signalen te voelen.
• Ze hebben weinig zelfvertrouwen en een sterke behoefte om gewaardeerd te worden door anderen. Ze zijn bang om te falen en stellen hoge eisen aan zichzelf om zo waardering te krijgen. Ze hebben vaak het gevoel dat ze tekort schieten en niets goed genoeg doen. Hierdoor voelen ze zich erg machteloos. De eetstoornis is hier vaak een reactie op. Wanneer patiënten in de ban zijn geraakt van hun eetstoornis, wordt dit gevoel van machteloosheid steeds meer versterkt.

Hoe kunnen eetstoornissen behandeld worden?

Eetstoornissen zijn ernstige stoornissen. De lichamelijke en sociale gevolgen zijn niet gering. De weg naar genezing is vaak lang. Naarmate een eetstoornis langer duurt, wordt het moeilijker deze met succes te behandelen. De drempel naar de hulpverlening is echter hoog, omdat patiënten moeilijk erkennen dat zij hulp nodig hebben. Als zij die stap eenmaal gezet hebben, is het belangrijk dat zij het gevoel hebben dat zij serieus genomen worden door de hulpverlener. Zij moeten vertrouwen hebben in hun behandeling, wil deze succes kunnen hebben. Een goede behandeling gaat altijd in op zowel het eetgedrag als de achterliggende problemen.

In de Nederlandse gezondheidszorg speelt de huisarts een centrale rol. Hier komt de eerste hulpvraag dan ook vaak binnen. De huisarts kan doorverwijzen naar de geestelijke gezondheidszorg, bijvoorbeeld naar een psycholoog/psychiater, een RIAGG, een polikliniek van een psychiatrisch ziekenhuis of van de psychiatrische afdeling van een algemeen ziekenhuis (PAAZ), of een speciaal behandelcentrum voor eetstoornissen. Hier kan een behandeling plaatsvinden.

Er zijn verschillende behandelingen mogelijk. Welke vorm van therapie gekozen wordt is afhankelijk van de aard van de achterliggende problematiek, de leeftijd en de sociale situatie van de patiënten. Ook speelt de voorkeur van de behandelaar voor een bepaald behandelmodel een rol. De hulp kan bestaan uit individuele gesprekstherapie, gedragstherapie, groepstherapie of gezinstherapie. Ook kan voor een combinatie van deze therapiën gekozen worden.

Soms zal het nodig zijn patiënten op te nemen in het ziekenhuis of te verwijzen naar een (gespecialiseerd) psychiatrisch ziekenhuis. Dit hangt af van de ernst van de lichamelijke of geestelijke problemen. Bij zeer ernstig vermagerde patiënten kan een opname in een algemeen ziekenhuis, meestal op de afdeling interne geneeskunde, noodzakelijk zijn. Als zij daar niet door zelfstandig eten aankomen, kan het, om hun leven te redden, nodig zijn sondevoeding toe te dienen.

Met een psychotherapeutische behandeling kan pas begonnen worden als de patiënten in een redelijke lichamelijke conditie verkeren. Ernstige ondervoeding leidt tot stoornissen in het gevoelsleven. Sterk vermagerde patiënten voelen vaak niet veel of weten niet meer wat ze voelen. Ze zien de ernst van hun problematiek niet meer voldoende in of voelen zich volkomen onmachtig iets aan hun situatie te veranderen.

Er zijn in Nederland een aantal speciale behandelcentra, met de mogelijkheid om ambulant, poliklinisch of klinisch behandeld te worden. Deze instellingen hebben doorgaans wachtlijsten. Het is mogelijk dat het aantal gespecialiseerde behandelcentra in de toekomst zal worden uitgebreid. Naast deze centra is bij een toenemend aantal hulpverleningsinstanties in heel Nederland steeds meer specifieke deskundigheid aanwezig. Verspreid in het land is men recent ook begonnen met het opzetten van nazorgprojecten. Deze bieden (ex-)patiënten de mogelijkheid om na afronding van hun behandeling nog ervaringen uit te wisselen en elkaar te steunen. De Stichting Anorexia en Boulimia Nervosa beschikt over meer informatie over de behandelingsmogelijkheden in Nederland.

De Stichting Anorexia en Boulimia Nervosa heeft zelfhulp- en nazorggroepen, waar (ex-)patiënten terecht kunnen. Zelfhulpgroepen richten zich op de erkenning en herkenning van het probleem, de aanpak van het eetgedrag, en het inzicht geven in achterliggende problemen. Je kunt ook gebruik maken van hulpgroepen op internet.

Nazorggroepen (oftewel nazorgzelfhulpgroepen) richten zich op omgaan met nieuw eetgedrag, leren omgaan met terugval, en resocialisatie in de maatschappij. In de praktijk blijkt dat een intensieve behandeling, in welke vorm dan ook, vaak niet genoeg is voor een succesvolle genezing. Een belangrijke reden is dat de (ex-)patiënt weer terug keert naar zijn of haar oude leefpatroon, waarbij een terugval in oude gewoontes weer kan plaatsvinden. In veel gevallen speelden problemen in eigen leefsituatie al een rol bij de ontwikkeling van de eetstoornis, problemen die niet zo gemakkelijk verdwijnen. Om deze reden zijn er op een aantal plaatsen nazorggroepen gestart, die er naar streven door onderlinge steun, en onder begeleiding ook de laatste stappen naar een normaal leven te kunnen zetten.
Je kunt informatie opvragen, of inlichtingen over zelfhulp- en nazorggroepen. En je kunt natuurlijk altijd bellen als je gewoon een keer met iemand wilt praten over eetproblemen. Vaak zal worden doorverwezen naar iemand anders. Bijvoorbeeld een stichtingsmedewerker in de regio, of iemand die veel weet over het onderwerp waar je meer over wilt weten. Dit zijn dan meestal vrijwillig medewerkers van de Stichting (ex-patienten, ouders, partners, of andere betrokkenen).

Adviezen voor mensen met eetstoornissen

Hou een dagboek bij over eten. U kunt bijvoorbeeld opschrijven hoe vaak u aan eten denkt en hoe vaak u eet, hoeveel u eet, waarom u eet -of juist niet-, wat u denkt en voelt u als u eet -of juist niet. Dit geeft inzicht in uw eetgedrag; u kunt zien wat er goed en gezond aan is en wat u anders zou moeten aanpakken. Probeer verspreid over de dag drie maaltijden te eten en maximaal twee tussendoortjes. Als u het gevoel heeft dat u uw eetgedrag niet meer in de hand heeft, plan dan de maaltijden tot in de details. Bepaal vooraf precies wat u zult eten, hoe laat en hoe veel. Eet bij voorkeur in gezelschap van anderen, dat kan helpen gewoon te eten. Schrijf uzelf dagelijks een gezonde voedselvoorraad voor en eet die ook op. Weeg uzelf niet vaker dan eenmaal per week. Stel uzelf dagelijks beperkte doelen en hou bij wat u bereikt heeft. Als u teveel tegelijk wil doen, kan dat niet lukken. Mislukt er eens iets? Volgende keer beter, dan. Noteer alle vooruitgang die u boekt, hoe klein die in uw ogen misschien ook is. Wees eerlijk tegen uzelf over wat er aan de hand is. Ga na of u aan eten denkt om niet aan andere dingen te hoeven denken, zoals uw eigen angst, onzekerheid of somberheid.
Probeer de problemen goed op te sporen en ze ook op te lossen. Denk niet dat u alles alleen moet oplossen. Neem iemand in vertrouwen en vertel wat u meemaakt. Ga er ook op in als iemand met u over uw problemen wil praten. Het contact met mensen die anorexia hebben, kan een grote steun zijn.

Er worden allerlei cursussen gegeven die bedoeld zijn om meer zelfvertrouwen te krijgen of om sociale vaardigheden bij te leren. De kans is groot dat het u goed doet, dus let er eens op. Komt u er niet uit? Vraag dan advies aan een deskundige. Bij de huisarts kunt u eventueel een verwijzing vragen naar een gespecialiseerde kliniek, om tot een goede diagnose te komen.

Binge Eating Disorder (BED)

Naast anorexia en boulimia wordt vaak ook 'Binge Eating Disorder' (BED), ook wel eetbuienstoornis genaamd, als een ander eetprobleem gezien. Het lijkt in veel opzichten op anorexia en boulimia. De lichamelijke aspecten kunnen verschillen, maar de sociale en psychische effecten verschillen niet veel. BED kan leiden tot gebrek aan essentiële stoffen (zoals vitamines, mineralen), en het uit balans raken van de natrium/kalium huishouding. Dit zijn heel gevaarlijke gevolgen.

BED is veel meer dan alleen soms een frustratie "wegeten". Het kan het hele leven gaan overheersen, en dan wordt het tijd om er iets aan te doen, en steun en hulp te zoeken voor het probleem. Mensen met BED/eetbuienstoornis zullen zichzelf in veel van de punten herkennen van de test die op de site van Stichting Anorexia en Boulimia Nervosa staat. Hieronder staan een paar uitspraken, Als ze je bekend voor komen doe dan de zelftest. . Wanneer veel van de genoemde criteria van toepassing zijn, en zeker wanneer de net genoemde lichamelijke verschijnselen optreden, dan is het belangrijk dat er hulp wordt gezocht. Maar ook als je geen duidelijke lichamelijke klachten zijn, is het verstandig in te grijpen. Hoe eerder er hulp en openheid komt, hoe groter de kans op genezing.

• Je wilt graag slank worden en maakt dagelijks voornemens over wat je mag eten van jezelf
• Je onderscheidt 'goed' voedsel en 'slecht' voedsel, en probeert 'slecht', dat wil zeggen calorierijk, voedsel te vermijden
• Je weegt jezelf veelvuldig, vaak wel een paar keer per dag
• Je stemming wordt grotendeels bepaald door wat je weegt en wat je eet
• Wanneer je je rot voelt of wanneer je voor je gevoel toch al 'te veel' hebt gegeten, krijg je een eetbui, waarin je heel veel, vaak juist 'slecht' voedsel naar binnen werkt
• Je schaamt je voor je eetgedrag en voelt je een slappeling, maar kunt er toch niet mee stoppen, hoe je het ook probeert
• Je houdt je eetproblemen voor de buitenwereld verborgen, en eet in gezelschap daarom vaak zo gewoon mogelijk
• Je bezoekt, om onopvallend aan eten te komen, vaak verschillende winkels, en geeft daarbij soms veel geld uit
• Je hebt lichamelijke verschijnselen, zoals vermoeidheid, lusteloosheid, slapeloosheid, hoge bloeddruk, vochtophoping in de benen

Hulp zoeken is niet gemakkelijk. BED-patiënten schamen zich vaak zo voor hun eetgedrag, dat ze er met niemand over durven te praten. Toch is het belangrijk dat te doen. BED is een ziekte, geen schaamtevolle gewoonte van iemand zonder wilskracht. Integendeel: er is veel wilskracht voor nodig om gewoon maar door te gaan, hoewel eten en gewicht een obsessie is waar je altijd aan moet denken.

Eetstoornis NAO

Eetstoornis NAO staat voor eetstoornis niet anders omschreven. Veelal wordt deze diagnos gebruikt als er sprake is van een eetstoornis, maar deze niet valt te classificeren met anorexia of boulimia.

Voor de indicatiestelling bij de eetstoornis NAO gelden dezelfde overwegingen als die welke horen bij de aandoening (anorexia nervosa of boulimia nervosa) waar de stoornis het meeste op lijkt. Het feit dat de diagnose eetstoornis NAO relatief vaak wordt gesteld bij kinderen en jonge adolescenten heeft deels te maken met te strikte toepassing van DSM-IV-criteria voor deze leeftijdsgroep. Deels ook is het te wijten aan te weinig helderheid over de classificatie van eetstoornissen in deze groep.

DSM-IV criteria

De eetstoornis NAO is een categorie voor patiënten die meestal een aantal overeenkomstige, maar niet alle kenmerken hebben van de eerdergenoemde, meer specifieke eetstoornissen.

Tot de voorbeelden horen:

• Bij vrouwen wordt voldaan aan alle criteria van anorexia nervosa, behalve dat betrokkene geregeld menstrueert.
• Aan alle criteria van anorexia nervosa wordt voldaan, behalve dat, ondanks significant gewichtsverlies, het huidige lichaamsgewicht van betrokkene binnen de normale grenzen ligt.
• Aan alle criteria van boulimia nervosa wordt voldaan behalve dat de eetbuien en de inadequate compensatiemechanismen voorkomen in een frequentie van minder dan tweemaal per week of met een duur van korter dan drie maanden.
• Het geregeld tonen van inadequate compensatoire gedragingen na het eten van kleine hoeveelheden (bijvoorbeeld zelfopgewekt braken na het eten van twee koekjes).
• Herhaald kauwen op en uitspugen van, maar niet doorslikken van grote hoeveelheden voedsel.
  

Powered by phpBB © 2001-2010 phpBB Group -- Sitemap -- Mobiele Versie -- Contact