! Ease The Pain ! forum index


 
Schizofrenie, Psychoseprintvriendelijke versie

In dit topic vind je allerlei informatie terug over de diverse psychische 'stoornissen'. Als je informatie mist, of als je nog meer interessante informatie hebt, stuur dat dan svp in een mail naar beheer@easethepain.nl.

Waarschuwing

Als je je herkent in informatie, die hieronder staat, dan wilt dat nog niet zeggen dat je datgene ook daadwerkelijk hebt. Een psychiater is de enige die een diagnose kan stellen. Als je je ergens in herkent, dan kun je dat natuurlijk wel aangeven bij je hulpverlener, maar je kunt jezelf hierop nooit diagnosticeren.

Daarnaast is het belangrijk om te weten dat veel diagnose's uit de DSM puur een karakterbeschrijving zijn. Ze zijn niet gebaseerd op wetenschappelijke onderbouwing, of zijn gebaseerd op een pseudowetenschap. Als je aan een psychische 'stoornis' lijdt, dan wil dat nog niet zeggen dat je ziek bent. Zoals bijv. bij ADHD hyperactiviteit en concentratieproblemen kenmerken zijn, wil dat nog niet zeggen dat iemand die hyperactief is of concentratieproblemen heeft ziek is.

Hou dus nooit teveel vast aan een diagnose, het draait niet om de diagnose, maar om jouw toekomst. Begin dan ook niet zonder meer met het slikken van psychiatrische medicatie, maar probeer jezelf eerst er bovenop te vechten zonder deze middelen te gebruiken. De manier waarop je omgaat met de kennis van je eigen gedachtenpatronen en karakterkenmerken zijn grotendeels bepalend voor jouw psychische welzijn in de toekomst. Daarnaast heeft medicatie ook de nodige bijwerkingen, zoals verhoogd risico op agressie, destructief gedrag en zelfmoordneigingen. Deze bijwerkingen komen relatief vaak voor, en kunnen desastreuze gevolgen hebben. Dat terwijl deze bijwerkingen veelal niet vermeld worden door medicijnfabrikanten en hulpverleners.



Inhoud

Schizofrenie
Schizofreniforme stoornis
Schizoaffectieve stoornis
Waanstoornis
Acute psychotische stoornis
Gedeelde psychotische stoornis
Postpartum Psychose
Psychotische stoornis door een somatische aandoening
Psychotische stoornis door middelengebruik

Schizofrenie

In 1896 formuleerde Kraepelin de ziekte-eenheid dementia preacox (letterlijk: vroege aftakeling) en beschreef drie vormen: de katatone, hebefrene en paranoïde vorm. Centraal hierbij stond de uiteindelijke aftakeling. Bleuler ontwikkelde in 1911 het concept schizofrenie (letterlijk: splijting van de geest), waarbij de splijting van de basale psychische functies centraal stond. Bleuler voegde aan de drie typen die Kraeplin beschreven had, een vierde toe de schizofrenia simplex. Vervolgens is er in feite weinig veranderd op het gebied van de classificatie, de drie vormen van Kraeplin vinden we weer terug in de huidige psychiatrische classificatie de DSM.

Voorkomen

Incidentie (aantal nieuwe gevallen per jaar): tussen de 0,2 en 0,6 per 1000 per jaar
Prevalentie (totaal aantal gevallen die er op een bepaald moment zijn): Tussen de 2,5 en 5,3 per 1000 (in Nederland komt dat neer op circa 100.000 patiënten)

De kans op schizofrenie stijgt naarmate er in de familie meer mensen met schizofrenie aanwezig zijn, leert een bekend onderzoek uit '82. Stel, je hebt schizofrenie. De kans dat je kinderen schizofrenie ontwikkelen is dan 12,8%, als de andere ouder ook schizofreen is, dan is die kans 46,3%. De kleinkinderen hebben nog maar een nauwelijks hogere kans op schizofrenie: 3,7% (tegen de 1% kans die iedereen heeft op schizofrenie). Broers en zussen van iemand met schizofrenie hebben verder 8% kans dat zij ook schizofrenie ontwikkelen. Gaat het om de eeneiïge tweelingbroer of -zus van iemand met schizofrenie, dan is de kans het grootst: 65%. Echter gaat het om kansen en een kans zegt niets over een individu afzonderlijk. Of het zich daadwerkelijk ontwikkelt, is niet op voorhand te voorspellen.

Kenmerken

Schizofrenie is een stoornis die gekenmerkt wordt door perioden met een verlies van de realiteit, zogenaamde psychotische perioden. Het verlies van de realiteit (gestoorde realiteitstoetsing) uit zich in zogenaamde "positieve symptomen" van:

• Denken (o.a. wanen)
• Waarneming (hallucinaties)
• Vreemd en bizar gedrag

Naast die psychotische episoden is er sprake van een achteruitgang van het psychisch en sociaal functioneren, die met name tot uiting komt in zogenaamde "negatieve symptomen":

• Affectvervlakking (emotionele afstand, verlies van gevoel)
• Apathie (gebrek aan energie, initiatief en interesse)
• Asociaal (vermijden gezelschap, verminderde belangstelling voor omgeving, grote behoefte alleen te zijn
• Aandachtsvermindering (verminderde aandacht en concentratie)
• Anhedonie (verlies vermogen plezier te beleven)
• Spraakarmoede (alogie: weinig ideeën, vastklampen aan beperkt aantal onderwerpen)

Uitgebreide symptomen

De volgende symptomen kunnen voorkomen bij schizofrenie:

A. Stoornissen in het denken:

• wanen
met name met een vreemde, magische, mysterieuze of bizarre inhoud; de waan van buitenaf bestuurd te
worden, wanen m.b.t. inbrenging, overbrenging of onttrekking van gedachten en paranoïde wanen
• incoherentie
verwarde en bizarre gedachtegang
• magisch denken
overtuiging dat gedachten, woorden of handelingen een gebeurtenis kunnen voorkomen of juist doen
plaatsvinden
• neologismen
maken van nieuwe, niet bestaande woorden, vaak uit brokstukken van bestaan woorden
• versperring
plotseling onderbreken van de gedachtestroom of soms van alle psychische activiteit
• echolalie
naspreken, antwoorden met veel woorden uit een vraag
• mutisme
geremde spraak, korte antwoorden
• autisme
levend in eigen denkwereld, in eigen besloten ontoegankelijke en onbegrijpelijke wereld

B. Stoornissen in de waarneming:

• gehoorshallucinaties (akoestische hallucinaties)
komen het meeste voor, met name is karakteristiek het horen van twee of meer stemmen die met elkaar
praten over de patiënt, die tegen de patiënt praat en commentaar levert op wat hij doet, denkt of voelt,
bedreigende of obscene stemmen en horen van de eigen gedachten
• gezichtshallucinaties (visuele hallucinaties)
komen minder vaak voor
• somatische hallucinaties (hallucinaties)
met name sensatie van veranderde toestand van inwendige organen (b.v. brandende sensatie in hersenen)
• reuk-, gevoels- en smaak hallucinaties
komen weinig voor

C. Stoornissen in het gevoel:

• afgestompt en vlak
verminderde of verdwenen emotionele respons
• anhedonie
onvermogen om nog plezier te beleven
• hypesthesie
emotionele leegte
• inadequaat
• oninvoelbaar

D. Stoornissen in de psychomotoriek:

• grimasseren
• bizarre houdingen
• stupor
bewegingsloosheid
• katalepsie
spierverstijving, langdurig wordt zelfde houding aangenomen
• echopraxie
imitatie van bewegingen
• robotachtige volgzaamheid
• negativisme
ogenschijnlijk zinloze weerstand tegen alle opdrachten of het handhaven van een rigide houding ondanks
pogingen om in beweging gebracht te worden
• stereotype bewegingen
eindeloos weerkerende en telkens in dezelfde volgorde uitgevoerde handelingen
• deterioratie
• gemaniëreerdheid
een vreemde, ongewone karakteristieke manier van bewegen
• opwindingstoestand
• passiviteit

E. Stemming:

Depressieve symptomen worden frequent beschreven bij schizofrene patiënten (tot 80%), zowel voor, tijdens als na een acute episode.

Diagnostische criteria

Jarenlang hebben vele onderzoekers getracht criteria vast te stellen om de diagnose schizofrenie met enige betrouwbaarheid te kunnen stellen. Een aantal van die criteria worden hieronder beschreven.

De criteria van Langfeld (1960):

(Elk van de volgende symptomen volstaat voor de diagnose)
• Een bijzondere vorm van emotionele afstomping, gevolgd door initiatiefverlies en gedragsveranderingen van vaak eigenaardig karakter
• Catatonie: perioden van rusteloosheid en stupor, met als karakteristieke kenmerken:
negativisme, katalepsie en vegetatieve verschijnselen
• Paranoïde symptomen, waarbij de stoornissen als van buiten de eigen persoon komend worden ervaren
• Paranoïde symptomen, met primaire waanvorming
• Chronische hallucinaties, niet het gevolg van een organische stoornis

De symptomen van de eerste orde van Schneider (1962):

(Elk van de volgende symptomen volstaat voor de diagnose)
• Waanwaarneming
• Gedachteninbrenging (idee dat gedachten van buitenaf worden ingebracht)
• Gedachtenuitzending (idee dat de eigen gedachten worden uitgezonden)
• Gedachtenontrekking (idee dat gedachten worden onttrokken)
• Beïnvloedingswaan
• Gehoorshallucinatie
• - hardop horen uitspreken van de eigen gedachten
• - stemmen die over de patiënt praten
• - stemmen die commentaar geven op het gedrag van de patiënt
• - gedachtenecho, d.w.z. gedachten worden direct na het denken herhaald gehoord
• Somatische hallucinatie

Criteria volgens de DSM-IV:

A. Kenmerkende symptomen: Twee of meer van de volgende, elk gedurende één maand een belangrijk deel van de tijd aanwezig (of korter bij succesvolle behandeling):
(1) wanen
(2) hallucinaties
(3) onsamenhangende spraak (bijvoorbeeld frequent de draad kwijtraken of incoherentie)
(4) ernstig chaotisch of katatoon gedrag
(5) negatieve symptomen, dat wil zeggen vervlakking van het affect, gedachten- of spraakarmoede of apathie
B. Sociaal/Beroepsmatig disfunctioneren: Vanaf het begin van de stoornis ligt het functioneren, voor een belangrijk deel van de tijd, op een of meer terreinen zoals werk, relaties of zelfverzorging duidelijk onder het niveau dat voor het begin van de stoornis werd bereikt (of indien het begin in de kinderleeftijd of adolescentie ligt is het niet gelukt het niveau te bereiken, dat op relationeel, school of beroepsmatig terrein verwacht kon worden).
C. Duur: Symptomen van de stoornis zijn gedurende ten minste zes maanden ononderbroken
aanwezig. In deze periode van zes maanden moeten er ten minste een maand symptomen zijn die voldoen aan criterium A (dat wil zeggen symptomen uit de actieve fase) en kunnen er perioden voorkomen met symptomen met prodromale of restsymptomen. Gedurende deze prodromale of restperiode kunnen de symptomen van de stoornis zich beperken tot negatieve symptomen of tot twee of meer symptomen van criterium A in een lichte vorm (bijvoorbeeld vreemde overtuigingen, ongewone zintuiglijke ervaringen).
D. Uitsluiting schizoaffectieve of stemmingsstoornissen: Een schizoaffectieve stoornis en een stemmingsstoornis met psychotische kenmerken zijn uitgesloten omdat ofwel (1) er geen depressieve episodes, manische of gemengde episodes tegelijk met symptomen van de actieve fase zijn voorgekomen; of (2) indien er episodes met een stemmingsstoornis tijdens de actieve fase zijn voorgekomen met de totale duur die kort was in verhouding tot de duur van de actieve en de restperiode
E. Uitsluiting van het gebruik van middelen/of een somatische aandoening: De stoornis is niet het gevolg van de directe fysiologische gevolgen van een middel (bijvoorbeeld drug, geneesmiddel) of een somatische aandoening.
F. Samenhang met een pervasieve ontwikkelingsstoornis: Indien er een voorgeschiedenis is met een autistische stoornis of een andere pervasieve ontwikkelingsstoornis wordt de aanvullende diagnose schizofrenie alleen gesteld indien er gedurende ten minste één maand (of korter indien met succes behandeld) opvallende wanen of hallucinaties zijn.

Subtypes van schizofrenie

Paranoïde type:

Deze vorm manifesteert zich met name rond het dertigste levensjaar. Vaak betreft het mensen die een plaatsje in de maatschappij veroverd hebben. Ze vertonen minder achteruitgang van geestelijke vermogens, emotionele respons en gedrag dan de andere vormen. De patiënt is vaak gespannen, achterdochtig, op zijn hoede, gereserveerd en vaak vijandig. Het gaat deze patiënt, in verhouding met de andere vormen, redelijk af.

DSM-IV-TR criteria:

Een vorm van schizofrenie waarbij aan de volgende criteria wordt voldaan:
A. Preoccupatie met een of meer wanen of frequente gehoorshallucinaties
B. Geen opvallend aanwezige onsamenhangende spraak, chaotisch of katatoon gedrag of vlak of inadequaat
gedrag

Gedesorganiseerde type (vroegere hebefrenie):

Ontstaat vaak op jeugdige leeftijd, gewoonlijk tegen het einde van de pubertijd, voor het vijfentwintigste levensjaar. Gekarakteriseerd door een terugval naar een primitief, ontremd en ongeorganiseerd gedrag en een inadequate emotionele respons. Gewoonlijk is er sprake van een doelloze, niet constructieve activiteit. Vaak uitgesproken denkstoornissen, extreem slechte realiteitstoetsing en verwaarlozing van sociaal gedrag, voorkomen en uiterlijk.

DSM-IV-TR criteria:

Een vorm van schizofrenie waarbij aan de volgende criteria wordt voldaan:
A. Alle volgende symptomen zijn opvallend aanwezig:
(1) onsamenhangende spraak
(2) chaotisch gedrag
(3) vlak of inadequaat gedrag
B. Voldoet niet aan criteria van katatone type

Katatone type:

DSM-IV-TR criteria:

Een vorm van schizofrenie waarin het beeld wordt overheerst door ten minste twee van de volgende:
1. motorische onbeweeglijkheid zich uitend in katalepsie (met inbegrip van wasachtige buigzaamheid) of stupor
2. overmatige motorische activiteit (die ogenschijnlijk doelloos is en niet beïnvloed wordt door externe prikkels)
3. extreem negativisme (een ogenschijnlijk zinloze weerstand tegen alle opdrachten of het handhaven van een rigide houding ondanks pogingen om in beweging gebracht te worden) of mutisme
4. vreemde willekeurige bewegingen zich uitend in een katatone houding (willekeurig aannemen van inadequate of bizarre houdingen), stereotiepe bewegingen, opvallende maniërismen of opvallend grimasseren
5. Echolalie of echopraxie

Ongedifferentieerde type:

DSM-IV-TR criteria:

Een vorm van schizofrenie waarbij symptomen die voldoen aan criterium A aanwezig zijn, maar waar niet voldaan wordt aan de criteria van het paranoïde, katatone of gedesorganiseerde type.

Resttype:

DSM-IV-TR criteria:

Een vorm van schizofrenie waarbij aan de volgende criteria wordt voldaan:
A. Afwezigheid van opvallende wanen, hallucinaties, onsamenhangende spraak en uitgesproken chaotisch of katatoon gedrag.
B. Er zijn voortdurend symptomen van de stoornis in een lichte vorm aanwezig zoals blijkt uit de aanwezigheid van negatieve symptomen of van twee of meer symptomen, vermeld bij criterium A voor schizofrenie, (bijvoorbeeld vreemde overtuigingen, ongewone zintuiglijke ervaringen).

Verloop

Een (eerste) psychotische episode wordt vooraf gegaan door een zogenaamde prodromale fase, met vroege symptomen (prodromi). Schizofrenie heeft een relatief slechte prognose. Het risico van een chronische ontwikkeling en een blijvend slecht functioneren is hoog. Tot 80% van de patiënten heeft een recidief van de psychose binnen 1à 2 jaar na staken van de antipsychotica.

Drugs

Zelfs de kleinste dosis van een geestverruimend middel kan al een psychose veroorzaken of de klachten van een psychose verergeren.

Oorzaken

Over de oorzaken staat in feite maar weinig met zekerheid vast, alles wijst in de richting van een ingewikkelde ontstaanswijze.

Biochemische factoren:

Onderzoek heeft uitgewezen dat er bij schizofrenie sprake is van een verstoring van de balans van bepaalde stoffen in de hersenen.

Biogenetische factoren:

• Schizofrenie komt in sommige families vaker voor.
• Op chromosoom 22 ligt het zogenaamde COMT-gen. Een reeks DNA-variaties binnen dit COMT-gen blijkt vaker voor te komen bij patiënten met schizofrenie dan bij een controlegroep. Het COMT-gen breekt het door het gen gecodeerde enzym dopamine af en antipsychotica remmen de overdracht van dopamine. Ook is de ligging van het gen bijzonder: de regio van chromosoom 22 (22q11) is afwezig bij patiënten met een zogenaamd velocardiofaciaal syndroom. Deze patiënten vertonen veelvuldig schizofrene symptomen.

Psychosociale factoren:

Er bestaat een verhoogde gevoeligheid voor stress, die tot een psychose kan leiden.

Misdiagnose:

Uit onderzoek blijkt dat schizofrenie vaak fout gediagnosticeerd wordt. Het blijkt dat het slecht functioneren van de schildklier bij ongeveer één op de drie "schizofrenen" de oorzaak is. Het is daarom belangrijk altijd eerst medische oorzaken uit te sluiten.

Schizofreniforme stoornis

Een schizofreniforme stoornis is een psychische aandoening die in het DSM-IV is ingedeeld bij de psychotische stoornissen. De aandoening heeft veel kenmerken van schizofrenie, maar is korter van duur (1-6 maanden van verminderd sociaal functioneren). Als de observatieperiode te kort is, kan later alsnog schizofrenie worden gediagnosticeerd.

De schizofrene symptomen zijn wanen, hallucinaties, verward denken of verwarrend taalgebruik, gedesorganiseerd of catatoon gedrag en negatieve symptomen (bijvoorbeeld vervlakking van het affect).

Bij de diagnose moet worden uitgesloten dat de symptomen het gevolg zijn van een schizoaffectieve stoornis of een bipolaire stoornis met psychotische kenmerken. Ook moeten de fysiologische effecten van substantiegebruik (bijvoorbeeld drugs of medicijnen) als oorzaak zijn uitgesloten.

Bron: Wikipedia

Schizoaffectieve Stoornis

Een schizoaffectieve stoornis is een psychische aandoening die zowel kenmerken heeft van schizofrenie als van een stemmingsstoornis. Een patiënt heeft dus niet alleen klachten over wanen, hallucinaties en verward denken, maar ook over manische buien en klinische depressie. De symptomen doen zich voor in één periode van diagnose. De aandoening uit zich veelal in de puberteit of jonge volwassenheid en komt vaker bij vrouwen voor. De term schizoaffectief werd in 1933 voor het eerst geopperd door Jacob Kasanin.

Het is niet eenvoudig de diagnose te stellen en er bestaat dan ook nog de nodige discussie over. Het grote probleem is om te bepalen welke groep symptomen de overhand heeft. Als zich bijvoorbeeld manische symptomen voordoen die even lang of langer duren dan de (niet zelfstandig voorkomende) schizofrene verschijnselen, is er sprake van een bipolaire stoornis met psychotische kenmerken. Duren de schizofrene verschijnselen aanzienlijk langer dan de manische symptomen, beschouwt men het ziektebeeld als schizofrenie. Als de schizofrene verschijnselen uiteindelijk iets langer duren dan de manische symptomen, maar ze tijdens de ziekteperiode in essentie gelijk optreden, kan een schizoaffectieve stoornis worden gediagnosticeerd.

Het kan verder voorkomen dat het ziektebeeld verandert en dus ook de diagnose moet worden herzien.

Naar gelang het ziektebeeld onderscheidt men twee typen schizoaffectieve stoornis: het bipolaire type (manische of gemengde episoden) en het klinisch depressieve type (depressieve episoden).

DSM-IV criteria

A. Een ononderbroken ziekteperiode waarbij er op een bepaald moment tegelijkertijd ofwel een depressieve episode, een manische of een gemengde episode aanwezig is met symptomen die voldoen aan criterium A voor schizofrenie.
N.B. De depressieve episode moet het criterium A1 omvatten: depressieve stemming.
B. In dezelfde ziekteperiode zijn er gedurende ten minste twee weken wanen of hallucinaties geweest zonder opvallende symptomen van de stemmingsstoornis.
C. De symptomen die voldoen aan de criteria van de stemmingsepisode zijn gedurende een belangrijk gedeelte van de totale duur van de actieve en restfase van de ziekte aanwezig.
D. De stoornis is niet het gevolg van de directe fysiologische effecten van een middel (bijvoorbeeld drug, geneesmiddel) of een somatische aandoening.

Bron: Wikipedia

Waanstoornis

Een waanstoornis is een psychische aandoening waarbij een waan het op de voorgrond tredende symptoom is. De waan (of soms een combinatie van waanideeën) is meer dan een maand aanwezig en is niet-bizar van aard, dat wil zeggen dat de ingebeelde situaties zich in de realiteit zouden kunnen voordoen.

Afgezien van de waan heeft de persoon geen pathologische problemen in de sociale omgang en functioneert in principe goed, hoewel door de afwijkende ideeën spanningen kunnen ontstaan tussen de persoon en zijn omgeving. Soms treden tast- of reukhallucinaties op, maar deze zijn in overeenstemming met de aard van de waan. De waan kan leiden tot problemen met de stemming van de persoon, maar deze episoden zijn korter dan de duur van de waan.

Bij de differentiaaldiagnose moet worden uitgesloten dat er sprake is van een andere aandoening, bijvoorbeeld dementie, schizofrenie, een stemmingsstoornis, hypochondrie of obsessief-compulsieve stoornis.

In het DSM-IV worden de volgende subtypen onderscheiden:

• Erotomanie
• Grootheidswaan
• Jaloersheidswaan
• Paranoïde waan
• Somatische waan
• Gemengd type
• Niet-gespecificeerd type

Transseksualiteit werd tot in de jaren zeventig als waan betiteld. Inmiddels heeft het inzicht dat het in feite gaat om een hevige langdurige genderidentiteitsstoornis, een syndroom gelijkend, waartegen standaardbehandelingen die normaliter in geval van wanen worden toegepast, niet werken, breed terrein gewonnen.

De eerste die de waanstoornis in zijn huidige vorm beschreef, was de psychiater Emil Kraepelin. Hij duidde de aandoening nog aan met de term paranoia.

Bron: Wikipedia

Acute psychotische stoornis

Iemand met een psychose neemt de wereld anders waar dan anderen. Dat kan zich uiten in wanen en/of hallucinaties. Wanen zijn overtuigingen die niet op de werkelijkheid zijn gebaseerd, maar waarin iemand heel sterk gelooft. Meestal neemt de persoon zelf een belangrijke plaats in bij deze waandenkbeelden. Zo kunnen mensen ervan overtuigd raken, dat zij een belangrijke taak hebben te vervullen. Sommige gedachten zijn beangstigend. Iemand kan denken dat anderen kwaad willen doen, of het eten vergiftigen.

Hallucinaties zijn 'zinsbegoochelingen': iemand hoort, ziet, voelt, ruikt of proeft dingen die anderen niet waarnemen. Het horen van stemmen is de meest voorkomende hallucinatie. Vaak hebben deze stemmen een onprettig karakter. Ze geven bijvoorbeeld commentaar op het doen en laten van iemand. Soms geven ze opdrachten waar iemand zich moeilijk aan kan onttrekken. Sommige mensen vergelijken psychotische belevingen met dromen. De droomwereld is echter realiteit geworden.

Tijdens een psychose bevindt iemand zich vaak in een toestand van verwardheid. Een wirwar van gedachten en gevoelens komt in hem op. Concentreren is onmogelijk. Iemand die psychotisch is, is vaak onrustig maar kan op andere momenten volkomen uitgeput zijn. Het normale dag- en nachtritme is meestal verstoord en slapen lukt slecht.

Positieve en negatieve symptomen

Wanen, hallucinaties en verwardheid worden ook wel positieve symptomen genoemd. Met positief wordt niet bedoeld: prettig of leuk. Het gaat om ervaringen die uitsluitend tijdens een psychose beleefd worden en daarbuiten niet.

Een psychose kent ook negatieve symptomen. Het gaat hierbij om normaal gedrag, dat iemand tijdens een psychose als het ware kwijtraakt. Iemand lijkt alle energie te verliezen en heeft weinig belangstelling voor sociale contacten, werk of hobby's. Het vervullen van huishoudelijke taken of zichzelf verzorgen kan een enorme opgave zijn.

Zoveel mensen, zoveel psychoses

Psychotische verschijnselen verschillen van persoon tot persoon en van moment tot moment. De belevingen tijdens een psychose worden onder meer bepaald door karakter, achtergrond en cultuur. Ook recente gebeurtenissen kunnen van invloed zijn.
Een psychose kan enkele uren duren, maar ook weken of maanden. Sommige mensen maken 1 keer in hun leven een psychose door, anderen vaker.

Het kan zijn dat het bij 1 psychose blijft. De kans is echter groter dat de psychose weer de kop op steekt. Zonder behandeling komt bij ruim 2 op de 3 mensen de psychose terug. Dat kan na enkele weken al gebeuren, maar ook pas na vele jaren.

Verloop van een psychose

Een psychose kent verschillende fasen. De meest opvallende fase is de psychotische fase met hallucinaties, wanen en verwardheid. Vaak gaat er een periode aan vooraf, waarin gedrag en stemming veranderen: de zogenaamde voorfase of prodromale fase. Deze voorfase kan enkele dagen tot enkele maanden duren. De fase na of tussen psychotische periodes wordt de stabiele fase genoemd. Hierin staan soms de negatieve symptomen op de voorgrond.

Voortekenen van een psychose

Angst, prikkelbaarheid en slaapproblemen kunnen wijzen op een naderende psychose. Deze voortekenen verschillen van persoon tot persoon. Bij een 1e psychose kun je ze niet als voortekenen aanmerken. Pas achteraf zijn de signalen van de voorfase te herkennen. Hierdoor is het soms mogelijk een volgende psychose te zien aankomen.
Voorbeelden van signalen die kunnen wijzen op een naderende psychose:

• zich terugtrekken
• moeite hebben met concentreren
• vergeetachtig of verward zijn
• gemakkelijk geïrriteerd of kwaad zijn
• somber zijn, zich meer zorgen maken, piekeren
• 's nachts wakker zijn, overdag slapen
• meer of minder zin in eten hebben
• minder aandacht voor zelfverzorging hebben
• moe en futloos zijn
• achterdochtig zijn
• meer interesse in geloofszaken, filosofie en paranormale onderwerpen
• anders zien, horen en ruiken

Gevolgen van een psychose

Een psychose heeft vaak negatieve gevolgen. Zowel voor de persoon in kwestie, als voor de omgeving. Werk of studie worden onderbroken, relaties met anderen kunnen schade oplopen. Na de eerste psychose kan iemand last houden van geheugen- en concentratieproblemen. In tegenstelling tot wat veel mensen denken, is het niet zo dat deze problemen na elke psychose verergeren.

In de praktijk kan het moeilijk zijn om de gevolgen van een psychose (bijvoorbeeld concentratieproblemen) te onderscheiden van bijwerkingen van medicijnen.

Relatie met psychiatrische ziektebeelden

Een psychose kan op zichzelf staan, maar kan ook te maken hebben met een psychiatrische ziekte. Zo komen psychoses voor bij de ziekte schizofrenie en bij mensen die manisch depressief zijn. Bij een 1e psychose is het meestal niet mogelijk om meteen vast te stellen of sprake is van een dergelijke psychiatrische ziekte.

Voorkomen

Het krijgen van een psychose is geen zeldzaamheid. Elk jaar maken 6400 Nederlanders een 1e psychose door. Ruim 1 op de 100 Nederlanders heeft ooit een psychose gehad.

• Een psychose kan op elke leeftijd ontstaan, afhankelijk van de achterliggende oorzaken.
• Een 1e psychose doet zich meestal voor tussen de 16 en 30 jaar.
• Zowel mannen als vrouwen kunnen een psychose krijgen. Vrouwen krijgen hun 1e psychose meestal wel iets later dan mannen.
• Psychoses komen over de hele wereld voor: in alle culturen en in alle lagen van de bevolking. Het is geen nieuwe aandoening of welvaartsprobleem.

Hallucinaties

Een hallucinatie is een (zintuiglijke) waarneming, zonder (reële) zintuiglijke prikkel. Met andere woorden er wordt iets waargenomen (horen, zien, ruiken, voelen, proeven) dat er in werkelijkheid niet is. Deze ervaringen zijn worden als zeer echt ervaren en de betrokkene is ervan overtuigd dat zijn/haar waarneming echt is. Er zijn verschillende vormen:

• Gehoorshallucinatie (akoestische of auditieve hallucinatie)
Een hallucinatie van geluiden, meestal stemmen, maar soms tikken, ruisende geluiden, muziek enz.
• Gezichtshallucinatie (optische of visuele hallucinatie)
Een hallucinatie van duidelijke (bijvoorbeeld mensen) of onduidelijke (bijvoorbeeld lichtflitsen) beelden.
• Gevoelshallucinatie (tactiele of haptische hallucinatie)
Een hallucinatie die de tastzin betreft. Vaak wordt iets onder de huis waargenomen
• Reukhallucinatie (olfactorische hallucinatie)
Een hallucinatie betreffende de reuk (geuren).
• Smaakhallucinatie (gustatorische hallucinatie)
Hallucinatie die de smaak betreft, vaak wordt iets onaangenaams geproefd.
• Lichamelijke hallucinatie (somatische hallucinatie)
Een hallucinatie waarbij een gevoel binnen het eigen lichaam wordt waargenomen.

Andere stoornissen van de waarneming

Een hallucinatie moet worden onderscheiden van een:

• Pseudo-hallucinatie
Bij een pseudo-hallucinatie is er evenmin een (reële) zintuiglijke prikkel, maar de levendige gewaarwording kan worden onderscheiden van een "echte" waarneming, dat wil zeggen in tegenstelling tot een hallucinatie weet de betrokkene dat het niet "echt" is.
• Illusie (of illusionaire vervalsing)
Een illusie is een foutieve interpretatie van een (reële) zintuiglijke prikkel, dat wil zeggen er wordt wel iets waargenomen, maar het wordt voor iets anders aangezien. Een voorbeeld is 's nachts in bed een wapperend gordijn aanzien voor een man die in de kamer staat.

Wanen

Een waan is een niet te corrigeren denkbeeld dat in strijd is met de werkelijkheid; een oncorrigeerbare gedachtedwaling. Wanen worden getypeerd naar de inhoud. Enkele voorbeelden staan hieronder beschreven:

• Achtervolgingswaan
Centrale thema is de niet reële gedachte dat de persoon wordt lastig gevallen, bedrogen, achtervolgd, afgeluisterd, dat er een samenzwering bestaat tegen hem/haar.
• Armoedewaan
De overtuiging dat men wordt of is beroofd van alles (of bijna alles) dat men bezit.
• Beïnvloedingswanen
De overtuiging niet meer uit vrije wil te denken, handelen of te voelen, b.v. idee in bezit genomen te zijn door een externe kracht, geest of andere persoon.
• Betrekkingswaan
De betrokkene is overtuigd dat gebeurtenissen, andere mensen of voorwerpen betrekking hebben op hem/haar en een bijzondere en ongebruikelijke (meestal negatieve) betekenis hebben. Vrijwel elke waan is een betrekkingswaan, aangezien er steeds sprake is van een onjuiste, vaak niet logische overtuiging bestaat over de relatie tussen de eigen persoon en de buitenwereld.
• Grootheidswaan
Een waan met als thema bijzondere belangrijkheid, mach, kennis of identiteit. Voorbeelden zijn:
- erotomane waan: overtuiging dat belangrijk iemand verliefd is op de betrokkene
- godsdienstwaan: overtuiging dat betrokkene (een) god is of goddelijke opdracht heeft
• Nihilistische waan
De overtuiging met als thema het niet bestaan van zichzelf, een deel van zichzelf, anderen of de wereld.
• Schuldwaan
De overtuiging plichten verzaakt te hebben en anderen onrecht aangedaan te hebben.
• Somatische waan
De overtuiging dat er lichamelijk iets ernstigs aan de hand is.
• Zondewaan
De overtuiging gestraft te worden voor grote zonden.

Andere stoornissen van het denken

• Betrekkingsidee
De betrokkene is geneigd te denken dat zaken speciaal op hem/haar betrekking hebben, maar, in tegenstelling tot een betrekkingswaan, is de persoon daarin nog wel te corrigeren.
• Waanachtig denkbeeld
Een denkbeeld dat in strijd is met de werkelijkheid, waarbij de betrokkene echter twijfelt of wat hij/zij denkt wel echt waar is.
• Waaninvallen
Vluchtige, voorbijgaande waanideeën.
• Waanwaarneming
Een juiste waarneming, waaraan een speciale persoonlijke (onthullende, mystieke of bedreigende) betekenis wordt toegekend. (b.v. iemand ziet het logo van de NS en denkt dat hij direct naar huis moet)

Randpsychose

De term randpsychose werd vroeger gebruikt voor een groep psychoses die tussen de schizofrene psychose en de manisch-depressieve psychose in zou staan: zogenaamde degeneratiepsychosen. Tegenwoordig wordt de term gereserveerd voor kortdurende of heel lichte symptomen die nog net op de rand van de psychose zijn. Voorbeelden van randpsychotische symptomen zijn: betrekkingsideeën, waanachtig denkbeelden, waaninvallen en waanwaarneming.

DSM-IV criteria acute psychotische stoornis

A. Aanwezigheid van een (of meer) van de volgende symptomen:
(1) wanen
(2) hallucinaties
(3) onsamenhangende spraak (bijvoorbeeld frequent de draad kwijtraken of incoherentie)
(4) ernstig chaotisch of katatoon gedrag
N.B.: Sluit een symptoom uit indien het een cultureel aanvaard reactiepatroon is.
B. De duur van een episode van de stoornis is ten minste één dag, maar niet langer dan één maand met uiteindelijk een volledige terugkeer naar het premorbide niveau van functioneren.
C. De stoornis is niet toe te schrijven aan een stemmingsstoornis met psychotische kenmerken, schizoaffectieve stoornis of schizofrenie, en is niet het gevolg van de directe fysiologische effecten van een middel (bijvoorbeeld drug, geneesmiddel) of een somatische aandoening.
Specificeer indien:
• Met duidelijke stressveroorzakende factor(en)
Indien de symptomen optreden kort na en kennelijk in reactie op gebeurtenissen die, alleen of samen, bij vrijwel iedereen in de zelfde omstandigheden en binnen de eigen cultuur, uitgesproken stressvol zouden zijn
• Zonder duidelijke stressveroorzakende factor(en)
Indien de symptomen niet optreden kort na en kennelijk niet voorkomen in reactie op gebeurtenissen die, alleen of samen, bij vrijwel iedereen in de zelfde omstandigheden en binnen de eigen cultuur, uitgesproken stressvol zouden zijn
• Met begin post partum
Indien begin binnen vier weken post partum

Gedeelde psychotische stoornis

Gedeelde psychotische stoornis, inductiepsychose, folie à deux of geïnduceerde waanstoornis is een psychische aandoening. De aandoening ontstaat bij mensen die een relatie hebben of nauwe banden onderhouden met iemand die al psychotische symptomen vertoont waarbij wanen op de voorgrond treden. Deze laatste, doorgaans dominante persoon wordt de primaire casus of inductor genoemd. Het voorkomen van gedeelde hallucinaties is zeldzaam, maar niet onbekend.

Kenmerkend is dat de patiënt de waan van de inductor overneemt, solidair is of meent gelijksoortige schade te ondervinden. Als de inductor bijvoorbeeld zonder reden vermoedt bespioneerd of afgeluisterd te worden, ontwikkelt de GPS-patiënt geleidelijk soortgelijke denkbeelden. In het DSM-IV Casebook wordt een primaire casus beschreven van een man die leed aan jaloersheidswaan en zijn vrouw van ontrouw betichtte. De vrouw raakte ervan overtuigd dat dit waar was, maar kon zich de meeste gevallen niet herinneren. Ze klaagde bij haar arts dus over geheugenverlies. Na onderzoek bleek dat de gevallen die zij zich wel kon herinneren in werkelijkheid gebeurd waren, maar dat haar schuldgevoel en overtuiging een slechte vrouw te zijn in meerderheid het gevolg van gedeelde psychotische stoornis waren.

Gedeelde psychotische stoornis komt het meest voor in relaties van twee personen, maar kan bijvoorbeeld ook in gezinssituaties optreden. Als het contact met de inductor wordt verbroken, verdwijnen de symptomen doorgaans.

Aangenomen wordt dat de stoornis iets vaker bij vrouwen voorkomt, maar er zijn nog weinig onderzoeksresultaten beschikbaar. Er worden vier types van folie à deux onderscheiden: de folie communiquée, de folie imposée, de folie induite en de folie simultanée.

Bron: Wikipedia

Postpartum Psychose

De post partum psychose werd op het Europese continent steeds gezien als een aparte ziekte-eenheid (in 1937 bijvoorbeeld beschreven onder de noemer amentia of amentieel syndroom), terwijl Engelsen en Amerikanen meenden dat deze psychose niet te onderscheiden is van andere psychosen. Hoewel met de komst van de DSM de kraambedpsychose niet langer werd gezien als een apart ziektebeeld, zijn diverse onderzoekers ervan overtuigd, dat er grote verschillen bestaan met andere, bestaande psychiatrische ziektebeelden.

Kenmerken

• Stoornissen in het bewustzijn
Wisselende, lichte bewustzijnsstoornissen. Bij de milde vorm is er sprake van depersonalisatie en derealisatie (gevoelens van vervreemding van zichzelf of de omgeving). Bij ernstigere vormen mist de vrouw de greep op de buitenwereld, probeert dat krampachtig, maar slaagt daar niet
• Stoornissen in denken, waarneming en oriëntatie.
Denken is onsamenhangend, verward, soms verhoogd associatief, versneld of juist vertraagd. De inhoud van het denken wordt veelal bepaald door voor de vrouw belangrijke personen, de baby en gebeurtenissen rond zwangerschap en bevalling. Soms zijn er wanen rond de baby (baby is niet goed, is een pop of is dood), soms rond zichzelf, soms zijn er paranoïde- of schuldwanen. Vaak zijn er stoornissen in de waarneming, met name visuele en akoestische hallucinaties.
De oriëntatie kan gestoord zijn, zo worden vaak persoonwisselingen met betrekking tot vader of partner gezien, de vrouw kan alles enige jaren vroeger dateren of ervan overtuigd zijn dat de bevalling nog moet plaatsvinden.
• Stemmingsstoornissen
Er is meestal sprake van een maniforme ontremming met een niet te stuiten spreekdrang en expansief gedrag, soms is er sprake van erotisch-seksuele ontremming. In plaats van maniforme ontremming kan er ook sprake zijn van een depressieve stemming, waarbij de vrouw een sterke neiging tot suïcide heeft.
• Gevoel (affect)
Meestal is de vrouw zeer angstig en radeloos. Soms is er sprake van met agitatie en agressie, hetgeen een gevaar kan opleveren voor de baby: in 3-4% van de gevallen zelfs de dood.
• Psychomotoriek
Doelloos heen en weer lopen of juist stil in een hoekje voor zich uit staren, nauwelijks spreken, voedsel en drank weigeren.

Verloop

Een kraambedpsychose ontwikkelt zich binnen zes maanden na de bevalling. Gewoonlijk ontstaan vanaf de derde dag (na één of twee slapeloze nachten) na de bevalling de eerste (atypische) verschijnselen: slaapstoornissen, zeer snelle stemmingswisselingen, rusteloosheid, opgewondenheid, en prikkelbaarheid. Na de zevende dag ontwikkelen zich vaak de delirante verschijnselen in de vorm van: verwardheid, desoriëntatie, wisselend beneveld bewustzijn, wanen en hallucinaties. Het merendeel van de psychosen ontwikkelt zich binnen vijftien dagen; 5% ontwikkelt zich tussen de vijftien en dertig dagen na de bevalling. Kenmerkend is grote variatie aan symptomen met sterk wisselende en veelvuldige veranderingen van het ziektebeeld van moment tot moment, zonder dat te voorspellen is wanneer deze veranderingen zullen optreden. De kraambedpsychose geneest met adequate behandeling meestal na enkele weken.

Voorkomen

Een à twee promille (een à twee per 1000 bevallingen) van de vrouwen (in Nederland dus 200 tot 400 vrouwen) ontwikkelt een post partum psychose. Het recidiefpercentage van een post partum psychose wordt geschat op 75-90%.

Oorzaak

Er zijn verschillende factoren van invloed op het ontstaan van de post partum psychose:

• Psychiatrische voorgeschiedenis
Een eerder doorgemaakte (kraambed)psychose leidt tot een verhoogd risico (1:6)
• Genetische factoren
Het voorkomen van psychiatrische ziekten in de familie van de patiënte vormt een risicofactor. Een erfelijke factor bij het ontstaan van een kraambedpsychose is waarschijnlijk
• Demografische gegevens
Een kraambedpsychose treedt het meest op bij vrouwen die bevallen zijn van hun eerste kind. In de meeste studies is er geen relatie met de leeftijd en de burgerlijke staat van de patiënte aantoonbaar
• Psychosociale stressfactoren
De diverse studies verschillen sterk in hun conclusies over de rol van stress, conflicten en interpersoonlijke problemen. Overigens komt het na een abortus provocatus zelden tot een psychose, hetgeen erop duidt dat de psychologische (en biologische) veranderingen die hierbij optreden van zodanige aard zijn dat zij niet gemakkelijk de drempel voor een psychose verlagen
• Biologische factoren
De hersenen bevatten receptoren voor oestrogenen. De snelle daling van oestrogenen vlak na de bevalling zou mogelijk een effect kunnen hebben op dopamine, hetgeen zou kunnen leiden tot het ontstaan van een psychose. In de jaren zestig behandelde Brockington vrouwen die eerder een kraambedpsychose hadden doorgemaakt (en dus een sterkt verhoogd riciso hadden op een recidief) op de verloskamer preventief met oestrogenen. Bij de 40 vrouwen ontstond geen enkel recidief psychose.
Een verstoorde calciumbalans zou een verband hebben met het ontstaan van psychiatrische stoornissen. Hoge concentraties oestrogenen gaan de werking van het bijschildklierhormoon (verantwoordelijk voor de calciumhuishouding) tegen. Een onderzoek uit 1985 onderscheidt twee groepen vrouwen met een kraambedpsychose: de grootste groep (± 60%) bestaat uit vrouwen met een psychiatrische voorgeschiedenis; de andere groep heeft geen psychiatrische voorgeschiedenis en geen psychiatrische ziekten in de familie. In de laatste groep werd een opvallend hoge concentratie calcium gevonden

Behandeling

Opname (gemiddeld twee à drie maanden) op een psychiatrische afdeling van een algemeen ziekenhuis (PAAZ). Bij voorkeur worden moeder en kind samen opgenomen; sommige ziekenhuizen hebben faciliteiten voor zowel moeder als kind op dezelfde afdeling. Meerdere studies hebben het nut van een gemeenschappelijke opname overtuigend aangetoond. Voor de band tussen moeder en kind is het uitermate belangrijk dat de moeder zoveel mogelijk vanaf het moment van opname bij de zorg voor de baby (onder begeleiding) betrokken wordt. Gedurende de opname staan ordening, structuur en rust centraal; een vaste dagindeling in de vorm van een dagprogramma bevordert de greep op de werkelijkheid en vergroot het gevoel van veiligheid. Belangrijk is dat de partner bij de behandeling betrokken wordt, hij krijgt uitleg en kan in de verzorging van zijn kind gaan delen.

Psychotische stoornis door een somatische aandoening

Men spreekt van een psychotische stoornis door een somatische aandoening als iemand lijdt aan hallucinaties of wanen en de oorzaak een lichamelijke ziekte of een ander lichamelijk medisch probleem is. Bij de diagnose moet worden uitgesloten dat de symptomen het gevolg zijn van een delier, dementie of het gebruik van alcohol of psychoactieve middelen.

DSM-IV criteria

• Op de voorgrond tredende hallucinaties of wanen
• Uit de medische historie, lichamelijk onderzoek of laboratoriumresultaten blijkt dat de stoornis een direct fysiologisch gevolg is van de lichamelijke aandoening
• De stoornis kan niet beter worden verklaard door een andere psychische aandoening
• De stoornis treedt niet uitsluitend op tijdens een delier

Bron: Wikipedia

Psychotische stoornis door middelengebruik

Een psychotische stoornis door middelengebruik is een psychische aandoening waarbij wanen en hallucinaties ontstaan die zijn terug te voeren op het gebruik van alcohol, geneesmiddelen of drugs. De symptomen kunnen zich ontwikkelen tijdens of (hooguit een maand) na een intoxicatie of het ontstaan van ontwenningsverschijnselen, maar kunnen ook optreden als bijwerking van een geneesmiddel.

Als de patiënt inziet dat zijn hallucinaties door middelengebruik zijn veroorzaakt, worden deze niet bij de diagnose meegerekend. Verder moet worden uitgesloten dat een andere psychische stoornis verantwoordelijk is voor de symptomen en dat er geen sprake is van een delier. Ook moeten de symptomen sterker zijn dan die bij intoxicatie of ontwenning worden gezien.

Enige middelen die psychotische verschijnselen kunnen veroorzaken zijn: alcohol, cocaïne, paddo's, LSD, amfetamine of amfetamineachtige stoffen (oa ritalin en concerta), cannabis, inhaleermiddelen, opioïden, bepaalde anxiolytica. Nota bene: deze opsomming is niet volledig, er zijn andere middelen die de symptomen kunnen veroorzaken.

Bron: Wikipedia
  

Powered by phpBB © 2001-2010 phpBB Group -- Sitemap -- Mobiele Versie -- Contact