! Ease The Pain ! forum index


 
Dissociatieve Stoornissenprintvriendelijke versie

In dit topic vind je allerlei informatie terug over de diverse psychische 'stoornissen'. Als je informatie mist, of als je nog meer interessante informatie hebt, stuur dat dan svp in een mail naar beheer@easethepain.nl.

Waarschuwing

Als je je herkent in informatie, die hieronder staat, dan wilt dat nog niet zeggen dat je datgene ook daadwerkelijk hebt. Een psychiater is de enige die een diagnose kan stellen. Als je je ergens in herkent, dan kun je dat natuurlijk wel aangeven bij je hulpverlener, maar je kunt jezelf hierop nooit diagnosticeren.

Daarnaast is het belangrijk om te weten dat veel diagnose's uit de DSM puur een karakterbeschrijving zijn. Ze zijn niet gebaseerd op wetenschappelijke onderbouwing, of zijn gebaseerd op een pseudowetenschap. Als je aan een psychische 'stoornis' lijdt, dan wil dat nog niet zeggen dat je ziek bent. Zoals bijv. bij ADHD hyperactiviteit en concentratieproblemen kenmerken zijn, wil dat nog niet zeggen dat iemand die hyperactief is of concentratieproblemen heeft ziek is.

Hou dus nooit teveel vast aan een diagnose, het draait niet om de diagnose, maar om jouw toekomst. Begin dan ook niet zonder meer met het slikken van psychiatrische medicatie, maar probeer jezelf eerst er bovenop te vechten zonder deze middelen te gebruiken. De manier waarop je omgaat met de kennis van je eigen gedachtenpatronen en karakterkenmerken zijn grotendeels bepalend voor jouw psychische welzijn in de toekomst. Daarnaast heeft medicatie ook de nodige bijwerkingen, zoals verhoogd risico op agressie, destructief gedrag en zelfmoordneigingen. Deze bijwerkingen komen relatief vaak voor, en kunnen desastreuze gevolgen hebben. Dat terwijl deze bijwerkingen veelal niet vermeld worden door medicijnfabrikanten en hulpverleners.



Inhoud

Dissociatie
Depersonalisatie/derealisatie
Dissociatieve Identiteitsstoornis (voorheen MPS)
Depersonalisatiestoornis
Dissociatieve Amnesie
Dissociatieve Fugue

Dissociatie

Dissociëren is jezelf psychisch minstens gedeeltelijk afscheiden van wat er met jou of om jou heen gebeurt. Andere manieren om dit uit te drukken zijn: gevoelloos worden, wegdromen, zich losmaken van het eigen lichaam door te 'verdwijnen' of 'erboven te zweven', vluchten in fantasie, in trance gaan, zelfhypnose, enz.

Je kunt dissociëren van:
• wat je aan het doen bent (gedrag);
• wat je emotioneel voelt (emoties);
• wat je in je lichaam ervaart (zintuigen);
• je besef van wat er gebeurt (tijd of kennis).

Dissociëren kan variëren van enigzins tot volledig, dus van het missen van een paar kleine details tot zo weinig weten dat het zelfs lijkt alsof je er niet bij bent geweest.

Wanneer treedt dissociatie op?

Iedereen kan in zekere mate dissociëren. Hetzij onbewust, hetzij bewust uitgelokt. Jonge kinderen doen het erg vaak tijdens hun dagdromen en fantasiespelletjes. Het hoort gewoon bij het opgroeien en neemt af in de loop van de tijd. Maar ook volwassenen kunnen wel eens 'wegdromen' tijdens het autorijden of wanneer ze naar een vervelende toespraak moeten luisteren. Dissociëren wordt een probleem wanneer het te dikwijls optreedt of aan je controle ontsnapt. Het kan bijvoorbeeld gezond zijn om even aan de stress van het werk te ontsnappen door te dagdromen. Het is ongezond wanneer dissociatie voortdurend voorkomt als 'vlucht' voor onopgeloste problemen of voor eisen die het gewone leven stelt.

Sommige dissociatieve ervaringen zoals dagdromerijen en fantasieën schijnen ingebouwd te zijn. Sommige worden aangeleerd door naar anderen te kijken. Opgroeien in een gezin waar iedereen eindeloos TV kijkt, uren achtereen videospelletjes speelt of alcohol of andere drugs gebruikt om het leven aan te kunnen, leert je hoe je jezelf ergens aan kunt 'onttrekken'. Daarnaast kunnen zich dissociatieve ervaringen voordoen, wanneer we een 'schokkende' of 'overrompelende' gebeurtenis meemaken. Denk maar aan het meemaken van een ernstig ongeval, waarbij een psychische shocktoestand kan ontstaan. De betrokkenen reageren schijnbaar gevoelloos of onverschillig of raken helemaal in de war. In deze gevallen gaat het om een verdedigingsmechanisme dat automatisch in werking treedt, wanneer de grens van ons incasseringsvermogen overschreden wordt. Je kunt het vergelijken met het overschrijden van de fysieke pijngrens, waarna pijn niet langer gevoeld wordt.

Dissociatie als verdediging

Wanneer mensen (vooral kinderen) een overrompelende en angstwekkende gebeurtenis meemaken, waarbij ze volkomen machteloos zijn, dan bestaat de kans dat er dissociatie zal optreden. Dissociatie of het psychisch 'weggaan' is dan een verdedigingsstrategie in een situatie waarbij men zich niet fysiek kan verdedigen of waaruit men niet kan vluchten. De aandacht wordt dan verplaatst naar elders en de overweldigende gevoelens worden afgesplitst naar een ander deel van het bewustzijn en hierdoor soms (tijdelijk) 'vergeten'. Soms gaat het zo ver dat zelfs de gebeurtenis op zich (tijdelijk) 'vergeten' wordt. In normale omstandigheden maakt dissociatie een meer geleidelijke verwerking mogelijk van een schokkende ervaring. Dit wil zeggen dat het afgesplitste gevoel of de afgesplitste kennis, geleidelijk doordringt in het persoonlijke bewustzijn en geleidelijk erkend en verwerkt kan worden. Iemand kan dan vrijuit verdriet, pijn of woede ervaren en langzaam de ervaring een plaats geven in zijn of haar leven. Hiervoor is wel van belang dat de omgeving (familie, partner, vrienden) dit ook accepteert of er tenminste begrip voor toont.

Stel je nu voor dat een kind schokkende gebeurtenissen meemaakt, waarbij het in mindere of meerdere mate dissocieert en opgroeit in een onveilige omgeving. Een omgeving waarin het kind zich niet geaccepteerd, begrepen of beschermd voelt. Dan is het zeer goed mogelijk dat de dissociatie aanhoudt en 'een eigen leven gaat leiden'. Dit laatste wil zeggen dat de gevoelens of de kennis omtrent een gebeurtenis niet bewust worden, maar toch (soms pas jaren later) hun invloed uitoefenen. Elementen van de schokkende gebeurtenis(sen) dringen dan door in het persoonlijk bewustzijn zonder soms als dusdanig herkend te worden.

Dit noemt men een flashback. Dit is een herinnering die plots in het heden binnendringt. Het kan zowel in een lichamelijke reactie, een gevoel, een gedachte, een beeld, een geluid of een geur gebeuren. Een flashback kan het geheel van de vroegere ervaring omvatten of alleen kleine stukjes ervan (soms alleen een 'flits'). Hierbij kunnen sterke vervormingen voorkomen zoals in een nachtmerrie. De gevolgen van een flashback kunnen variëren van een licht ongemak tot een totale ontreddering. Dit laatste treedt vooral op wanneer de persoon in kwestie weinig of geen bewuste herinnering meer heeft aan de vroegere gebeurtenis.

Omgaan met dissociatie

Dissociëren of psychisch 'weggaan' is een ervaring die zeer snel kan optreden, maar meestal vooraf wordt gegaan door gevoelens die je kunt leren herkennen. Gewoonlijk zijn ze te omschrijven als: 'zweverigheid', beverigheid, vage angst of onrust, verlamming, het gevoel dat de omgeving wazig of onecht wordt, het gevoel zelf onecht of 'als een pop' te worden. Deze gevoelens kunnen een signaal worden waarop je kunt leren reageren om te voorkomen dat je helemaal wegglijdt. Er zijn verschillende reacties mogelijk en je moet wat experimenteren om te ondervinden wat voor jou het beste werkt. Eigenlijk is alles goed wat je kan helpen om 'hier-en-nu' te blijven, zolang je jezelf daarmee geen schade berokkent.

Enkele voorbeelden die voor sommigen werkzaam bleken:

• Maak voor jezelf een 'hier-en-nu monoloog', waarin je naam, je leeftijd en de plaats waar je je bevindt voorkomen, en waarbij tevens de veiligheid van het heden benadrukt wordt. Op moeilijke momenten kun je dan tegen jezelf gaan praten door deze monoloog te herhalen (eventueel hardop als je alleen bent).
Je kunt deze monoloog ook op een briefje schrijven dat je steeds op zak houdt om het zo nodig te herlezen. Een andere mogelijkheid is deze monoloog op een cassette in te spreken en via een walkman te beluisteren (vooral nuttig als je 's nachts alleen bent).

• Spreek een persoon aan waar je je goed bij voelt en praat over iets alledaags. Breng eventueel een paar personen die je vertrouwt op de hoogte van je probleem, zodat je hen later kunt aanspreken of opbellen. Het horen van een vertrouwde stem kan al zeer rustgevend werken.

• Onderneem een activiteit die je helemaal terug in het 'hier-en-nu' kunt brengen (bijvoorbeeld naar buiten in de frisse lucht, even hardlopen, het benoemen van alle voorwerpen of personen die je om je heen ziet, een handwerk of iets creatiefs doen...).

Een ander aspect waar je op kunt letten is de houding die je aanneemt. Dissociëren is immers een soort zelfhypnose en bepaalde houdingen lokken die gemakkelijker uit. Als je je bijvoorbeeld bewegingsloos houdt en daarbij een punt op enige afstand met je ogen fixeert, dan is de kans vrij groot dat je 'weg' gaat. Bepaalde kleine bewegingen die je steeds herhaalt kunnen hetzelfde effect hebben, zoals schommelen of heen en weer wiegen. Ook reizen met de auto of per trein kunnen het soms moeilijk maken om 'erbij' te blijven vanwege de eentonige geluiden of handelingen. 'Autorijden met commentaar' is een techniek die gebruikt wordt bij de training van beroepschauffeurs. Dit houdt in dat je voortdurend (hardop) commentaar geeft op alles wat je ziet. Verder kun je vooraf op een briefje je bestemming noteren, de route die je gaat nemen en wat je zult doen als je jezelf verward of onzeker voelt.

Triggers of uitlokkers

Wanneer je iets ziet, hoort, ruikt, aanraakt of proeft wat je herinnert aan iets wat je vroeger is overkomen, is dat een 'trigger' (uitlokker). Triggers kunnen ook samenhangen met een bepaalde plaats of een bepaald tijdstip. Afhankelijk van de inhoud van de gebeurtenis, kunnen triggers aangenaam of onaangenaam zijn.
Bijvoorbeeld: als er tijdens een heel leuk moment in het verleden een bepaald liedje op de radio was, dan kan dat liedje later een trigger worden waardoor je aan dat vroegere moment herinnerd wordt en je je goed voelt. Iets soortgelijks kan zich voordoen met een onaangename trigger, zelfs als je je de oorspronkelijke gebeurtenis niet of maar gedeeltelijk herinnert. Triggers die met overrompelende en angstwekkende gebeurtenissen uit het verleden samenhangen kunnen dissociatie en/of flashbacks opwekken. Het komt echter regelmatig voor dat iemand zich niet bewust is van mogelijke uitlokkers. Dan kan het nuttig zijn deze op te sporen, bijvoorbeeld door een tijdje al je activiteiten te noteren in een dagboek. Verder is het belangrijk gevoelens te leren herkennen die net aan dissociatie of een flash-back voorafgaan. Het soort gevoelens dat de meeste mensen met deze problemen noteren zijn: angst, 'zweverigheid', verwarring, beverigheid en kou.

Als je een lijst kunt maken van aangename en onaangename triggers voor jou, dan kun je de invloed van die onaangename triggers stap voor stap gaan veranderen en de aangename triggers gebruiken om je beter te redden in je leven. Wanneer je besluit dat je niet door iets wilt worden 'getriggerd', dan is het belangrijk om er zoveel mogelijk over te ontdekken. Ga over de uitlokker praten met wie je ook maar helpt. Praat over wat jij van de uitlokker afweet, hoe je je voelt wanneer die een rol speelt en wat voor informatie je verder ook maar te pakken kunt krijgen. Dan kun je gaan plannen wat je ervoor in de plaats wil doen.
Ontdekken hoe je triggers kunt hanteren is één van de beste manieren om een ander soort verantwoordelijkheid voor je leven te gaan dragen. Het betekent dat de oorspronkelijke schokkende gebeurtenissen in mindere mate de keuzes meebepalen die jij kunt maken.

Als je een trigger eenmaal herkent, kun je de trigger negeren door:
• Jezelf af te leiden van de trigger.
• Oefenen aanwezig te blijven ondanks de trigger.

of dan kun je de trigger beheersen door:
• Tegen jezelf te spreken. Herinner jezelf aan wat er op dit moment echt en reëel is (hier-en-nu monoloog). Zo houd je verleden en heden uit elkaar.
• Iets anders voor te stellen, wat het oude beeld dat je voor ogen krijgt, verdekt.
• Wanneer de trigger bestaat uit een hard geluid (bijv. een sirene), je oren te bedekken of zelf veel lawaai te maken om je af te leiden.
• Geleidelijk te werk te gaan bij triggers die je erg overstuur maken: probeer je eerst af te leiden of ga even weg voor je probeert aanwezig te blijven ondanks de trigger.

Depersonalisatie/derealisatie

Depersonalisatie (afgekort als DP) is een bewuste ervaring waarin een persoon zichzelf of zijn eigen lichaam als vreemd, niet vertrouwd of onecht ervaart.
Veel mensen beschrijven deze ervaring als: angstaanjagend; het idee hebben dat je niet echt leeft; levend dood zijn; leven als een automaat; vervreemd zijn van je eigen lichaam en je gevoelens; denken dat je gek wordt; toeschouwer van jezelf zijn; jezelf horen praten alsof je iemand anders bent; jezelf nauwelijks herkennen in de spiegel.

Derealisatie (afgekort als DR) is een bewuste ervaring waarin een persoon zijn vertrouwde omgeving als vreemd, niet vertrouwd of onecht ervaart.
Deze ervaring wordt vaak beschreven als: leven in een film; in een glazen kooi, in een stolp of achter glas zitten; de hele buitenwereld komt raar of onwerkelijk over.

Depersonalisatie en derealisatie komen meestal samen voor en het is niet altijd duidelijk te zeggen waar een ervaring bij ingedeeld moet worden.
"Normale" mensen kunnen depersonalisatie/derealisatie ervaren tengevolge van ernstige vermoeidheid; slaaptekort; extreme spanning of stress; angst; meditatie. Lichamelijke ziekten, alcohol en drugs (bijvoorbeeld cannabis, ecstasy en lsd) veroorzaken ook vaak gevoelens van depersonalisatie/derealisatie.
DP en DR komen echter vaker voor als symptoom bij bijna alle psychiatrische stoornissen, zoals bijvoorbeeld depressie en angststoornissen. Na angst- en stemmingsklachten is het zelfs het derde meest voorkomende symptoom. Ook bij een aantal neurologische condities, zoals migraine en epilepsie, treden deze ervaringen op.

Bij een nog onbekend aantal personen zijn DP en DR geen kortstondige ervaringen die zo nu en dan optreden, maar treden zij heel regelmatig op of houden zelfs voortdurend aan. In dat geval worden DP en DR bijna altijd als een enorme belasting ervaren. Deze DP/DR-klachten zijn vaak zeer hardnekkig en kunnen vele jaren aanhouden.

Als deze klachten optreden als gevolg van een andere stoornis, dan gaat men er meestal vanuit dat een succesvolle behandeling van de primaire stoornis er ook voor zorgt dat de DP/DR-klachten zullen verdwijnen. In de praktijk komt het echter nogal eens voor dat DP/DR-klachten de neiging hebben te blijven voortbestaan.
Als depersonalisatieklachten optreden zonder dat er voldoende grond is voor het vaststellen van een andere stoornis, dan is er sprake van een primaire depersonalisatiestoornis.

Volgens DSM IV

Depersonalisatie valt volgens de DSM IV onder de dissociatieve stoornissen en wordt als volgt beschreven:

1. Aanhoudende of steeds terugkerende belevingen van het gevoel los te staan en externe waarnemer te zijn van het eigen lichaam of de eigen geestelijke processen (bijvoorbeeld het gevoel alsof alles in een droom gebeurt).
2. Tijdens een episode van depersonalisatie blijft de realiteitstoetsing intact.
3. De depersonalisatie veroorzaakt aanzienlijk lijden of beperkingen in het sociaal of beroepsmatig functioneren of in het functioneren op andere belangrijke terreinen.
4. De depersonalisatie is niet toe te schrijven aan een andere stoornis die met depersonalisatie gepaard gaat, zoals schizofrenie, paniekstoornis, acute stressstoornis of een andere dissociatieve stoornis, en deze is niet een direct gevolg van middelengebruik (bijvoorbeeld drugs, geneesmiddelen) of een somatische aandoening (bijvoorbeeld temporale epilepsie).

Diagnose

Het is bij dersonalisatie vaak moeilijk vast te stellen of het om een primaire stoornis of om een secundair symptoom gaat.
Depersonalisatiestoornis wordt vaak slecht en fout gediagnosticeerd, omdat er tot voor kort erg weinig wetenschappelijke kennis over beschikbaar was. Uit de praktijk blijkt dat men vaak een lange weg heeft afgelegd voordat de juiste diagnose gesteld wordt. De verhalen op de site en de reacties die ons bereiken zijn wat dat betreft schrijnend en de mensen zijn meestal zeer geëmotioneerd, als blijkt dat hun ervaringen herkend worden.

Omdat depersonalisatie soms moeilijk te bevatten of onder woorden te brengen is, kan de buitenwereld er weinig begrip voor opbrengen. De beschrijvingen van DP/DR zijn erg specifiek waardoor lotgenoten elkaar heel goed aanvoelen en er onderling veel herkenning is. Depersonalisatie kan door deze specifieke beschrijvingen dus goed gediagnosticeerd worden, maar wordt toch in de hulpverlening meestal niet herkend, ook niet als deze optreedt als symptoom bij een andere stoornis.

Bron: depersonalisatie.nl

Dissociatieve Identiteitsstoornis (voorheen MPS)

DIS is een overlevingsstrategie, ontwikkeld door personen die ernstige traumatische ervaringen hebben moeten doorstaan. Hierdoor kan de identiteit zich afsplitsen. De eerste afsplitsing ontstaat voor het zesde levensjaar, dus voordat het kind een eigen ik-besef, een eigen persoonlijkheid heeft ontwikkeld (ego, superego). Daarna kunnen er door verder trauma ongehinderd nog vele afsplitsingen ontstaan, maar de basis hiervan ontstaat in de eerste levensjaren.

DIS is een ingewikkelde stoornis, het heeft vaak nare gevolgen voor de betrokkene en omgeving omdat deze van het ene moment op het andere van persoonlijkheid kan wisselen, men is dan tijd kwijt. Dit kan het gevolg zijn van triggers. (Triggers zijn associaties met gebeurtenissen uit het verleden.) Er is dan een ander deel/alter die het lichaam overneemt, dit kan een volwassen alter tot een kind alter zijn. Dit maakt het voor de betrokkene erg moeilijk omdat men tijd kwijt is en niet weet wat er gebeurd is. En voor de omgeving wordt het er ook niet gemakkelijker op want deze alter is een ander persoonlijkheid dan wie zij kennen, maar zij zien wel hetzelfde lichaam. En ook wil deze persoonlijkheid/alter met eigen naam aangesproken worden. Ook heeft elk deel vaak een andere stem, een andere mimiek, andere leeftijd, andere stijl van kleding, gevoel en gedachten.

Symptomen

• Amnesie

Dit is een heel belangrijk punt voor mensen met DIS. Hierbij is de betrokkene duidelijk blokken tijd kwijt, vooral in de kinderjaren, maar ook nu in het dagelijks leven. ( Bijv. zich ergens begeven zonder te weten hoe zij daar gekomen is.)

• Depersonalisatie

Buiten jezelf staan, het gevoel hebben los te staan van je eigen persoon of het lichaam, het gevoel een robot te zijn. Depersonalisatie is een verstoring van de zelfbeleving. Iemand kan absoluut niet meer voelen en of ervaren wie of wat hij is. De betrokkene voelt zich niet langer bewust verbonden met de omgeving en heeft het idee het leven vanaf een afstand of door een camera te aanschouwen of geleefd te worden door een andere persoon. Er bestaat bij depersonalisatie in het geheel geen "ik" gevoel meer. Bij depersonalisatie bestaat er absoluut geen samenhang meer met emotie of emotionele beleving, het is dan ook een verstoring van de realiteitsbeleving.

• Derealisatie

Derealisatie is een van de symptomen die voorkomen bij iemand met Dis. Dit zijn gevoelens van vervreemding. Deze kunnen veroorzaakt worden doordat een deel van de persoonlijkheid op de voorgrond staat dat bijvoorbeeld jonger is of in een andere periode van de persoon in zijn leven een functie heeft gehad. Zo zal je wel herkennen dat je huidige woning, je man, of je vrienden je vreemd voorkomen, waarom, omdat zij geen deel uitmaken van de levenservaring van dat deel van jou. Dit komt vooral voor bij extreme herbelevingen, waarbij de betrokkene bijvoorbeeld dissocieert in een angstig klein kind en het contact met de realiteit van het heden verliest. Dan kan het gebeuren dat de betrokkene de omgeving helemaal niet meer herkent. De omgeving is vager, men neemt dan op afstand waar.

• Identiteitsverwarring

Er is grote verwarring over de identiteit door bijv. stemmen in het hoofd te hebben die steeds maar weer strijd aangaan. Interne strijd tussen delen/alters.

• Identiteitswisseling

Mensen die de betrokkene aanspreken met een andere naam. De betrokkene heeft dingen gekocht maar kan zich dit niet herinneren. Verschillende handschriften hebben. Stemmen in hun hoofd horen, en die stemmen hebben allemaal verschillende namen.

Secundaire of bijkomende symptomen

• Stemmen

Bijna alle DIS-patiënten horen stemmen in hun hoofd, die commentaar kunnen leveren op hun gedrag, met elkaar in gesprek zijn over de patiënt of (vaak zelfdestructieve) opdrachten geven. Vaak blijken die stemmen in relatie te staan met traumatisch gebeurtenissen in de vroege jeugd.

• Depressieve stemming

DIS gaat vaak gepaard met depressieve klachten, automutilatie en zelfmoordgedachten. Dit kan zowel door de primaire persoon gedaan worden, als door één van de alters.

• Klachten passend bij een posttraumatische stress-stoornis

Gezien de voorgeschiedenis van ernstig fysiek en seksueel geweld in de vroege jeugd is het begrijpelijk dat bij een groot deel van de DIS-patiënten zich klachten voordoen die passen bij een posttraumatische stress-stoornis. Met name slaapproblemen, nachtmerries en angst komen veelvuldig voor.
DSM IV criteria

A. De aanwezigheid van twee of meer scherp van elkaar te onderscheiden persoonlijkheidstoestanden of identiteiten of (elk met een eigen betrekkelijk langdurig patroon van het waarnemen van, het omgaan met en het denken over de omgeving en zichzelf)
B. Ten minste twee van deze persoonlijkheidstoestanden of identiteiten bepalen geregeld het gedrag van betrokkene
C. Onvermogen zich belangrijke persoonlijke gegevens te herinneren dat te uitgebreid is om verklaard te kunnen worden door gewone vergeetachtigheid
D. De stoornis is niet het gevolg van is niet het gevolg van de directe fysiologische effecten van een middel (bijvoorbeeld black-outs of chaotisch gedrag tijdens een alcoholintoxicatie) of een somatische aandoening (bijvoorbeeld complexe partiële insulten)

Ontstaan

Onderzoek heeft aangetoond dat meer dan 90% een geschiedenis heeft van ernstig fysiek en seksueel geweld dat op zeer vroege leeftijd is begonnen. Kleine kinderen hebben vaak gefantaseerde speelkameraadjes. Als het kind bloot staat aan ernstig geweld, kan het kind troost en steun zoeken bij zo'n gefantaseerd speelkameraadje. Het vormt voor het kind een mogelijkheid om in zijn geest te ontsnappen aan angstige situaties. Men neemt aan voor het jonge kind de scheiding tussen fantasie en werkelijkheid langzaam vervaagt en dat hij dit vriendje als deel van zichzelf gaat beschouwen. Geleidelijk creëert het kind één of meerdere aparte persoonlijkheden zich, die beter zijn opgewassen tegen het trauma en dit ook feitelijk ondergaan zonder dat de oorspronkelijke persoon daar weet van heeft. Die aparte persoonlijkheden worden in de literatuur op verschillende wijzen aangeduid: alters, alterpersoonlijkheden, persoonsdelen, persoonlijkheden, persoonlijkheidstoestanden, identiteiten et cetera.

Voorkomen

De prevalentie (totaal aantal gevallen die er op een bepaald moment zijn) wordt geschat op tussen de 3 en 5% van alle opgenomen psychiatrische patiënten.

Veel gestelde vragen

1. Zijn DIS en MPS hetzelfde?
Ja. MPS is de oude benaming voor DIS. Sinds 1994 is MPS omgedoopt tot DIS.

2. Zijn DIS en schizofrenie hetzelfde?
Nee. DIS en schizofrenie zijn totaal verschillend van elkaar. DIS wordt veelal veroorzaakt door traumatische gebeurtenissen in de vroege kindertijd en schizofrenie wordt veroorzaakt door bepaalde fysiologische processen in de hersenen. Schizo betekent wel gespleten, maar schizofrenen zijn helemaal geen gespleten persoonlijkheden. Dat zijn juist DIS-ers. Schizofrenen hebben last van chronische wanen en/of hallucinaties die van een andere aard zijn als de stemmen in het hoofd van de DIS-er.

3. Is DIS erfelijk?
Nee. Dis wordt veelal veroorzaakt door traumatische gebeurtenissen in de vroege kindertijd.

4. Word DIS altijd veroorzaakt door traumatische ervaringen?
Nee. Hoewel 97% van de DIS-ers aangeeft traumatische ervaringen te hebben gehad in de vroege kindertijd, zijn er ook DIS-ers die dit niet hebben meegemaakt.

5. Hoeveel alters heeft een DIS-er?
Gemiddeld heeft een DIS-er 13 alters. Het aantal kan echter sterk uiteenlopen tussen DIS-ers, de ene DIS-er kan 2 alters hebben en een andere DIS-er 100+.

6. Hoe weet je dat je DIS hebt?
De diagnose DIS kan alleen door een psychiater of psychologe vastgesteld worden aan de hand van een van de psychiatrische interviews met betrekking tot disscociatieve klachten.

Leven met DIS

Leven met DIS? Leven met DIS is leven in meervoud. Het is een leven zonder vanzelfsprekendheid. Het is een onvoorspelbaar leven. Je weet nooit wat er zal gaan gebeuren. Er liggen altijd nare triggers op de loer die de interne wereld op haar grondvesten doet schudden en alles onderdompeld in een zee van chaos en paniek. Er zijn ook andersoortige triggers die alters naar buiten doen komen (kindalters in een speelgoedwinkel bijvoorbeeld) en waarbij ik dan de boel moet onderdrukken om zo normaal mogelijk over te komen voor de buitenwereld die niks van mijn DIS afweet. En elke dag is het weer een verrassing hoe de alters zich voelen en hoe hun pet staat. Is het intern erg druk of juist rustig, welke alters staan er vooraan, zijn er herbelevingen en lichaamspijnen? Kortom, leven met DIS is niet gemakkelijk.

Stel je je eens een straat voor met aan weerkanten huizen. Van sommige huizen zijn de ramen en deuren dicht, met de mensen in dat huis heeft niemand contact. Andere mensen hebben een raam of deur op een kier staan of hebben hun raam of deur afwisselend open of dicht. Met de mensen in dat huis hebben andere mensen uit de straat weinig contact. Weer andere mensen hebben al hun ramen en deuren openstaan. De mensen uit deze huizen zijn ook heel vaak op straat. Al deze mensen staan in een bepaalde relatie tot elkaar. Sommigen zijn dikke vrienden en anderen hebben altijd ruzie. Sommigen kennen elkaar heel goed en anderen kennen elkaar helemaal niet. De mensen zelf kunnen ook veel van elkaar verschillen. Er zijn kinderen en volwassenen, er zijn mannelijke en vrouwelijke personen. Er zijn lange, kleine, dunne en dikke mensen. Er zijn introverte en extroverten mensen, gezelschapsmensen en eenlingen.

Het hierboven geschetste beeld kan eigenlijk een willekeurige straat zijn in de wereld. Het verschil bij een DIS-er is dat iedereen uit deze straat in een lichaam woont. Dat dit vaak lastig kan zijn laat zich raden. Sleutelbegrippen voor een leven met DIS zijn compromis en overleg. De alters en de primaire persoon moeten heel vaak compromissen sluiten en overleggen met elkaar zodat ieder zo prettig mogelijk kan leven. Niet iedereen kan maar doen wat hij of zij wilt. Tijdens het studeren kunnen de kindalters niet spelen, de pubers mogen niet zonder overleg piercings laten zetten en als er kindalters zijn en/of getraumatiseerde alters, dan mogen de volwassenen zich niet seksueel uiten. Voor dit alles is ook veel respect en begrip nodig van iedereen en het vooronderstelt een goede interne communicatie. Dit alles laat nogal eens wat te wensen over. Dit is nu zo in hoofdpunten leven met DIS.

Depersonalisatiestoornis

Kenmerken

• Het gevoel buiten het eigen lichaam of geest te staan. Als een robot of in een droom te leven.
• De gestoorde beleving houdt steeds een alsof karakter: er is geen sprake van wanen of verstoorde realiteitstoetsing.
• Depersonalisatie wordt als zeer onaangenaam beleefd en voert soms tot hevige verontrusting.

DSM-IV criteria

A. Aanhoudende of recidiverende belevingen van het gevoel los te staan en externe waarnemer te zijn van de eigen geestelijke processen of het eigen lichaam (bijvoorbeeld het gevoel alsof alles in een droom gebeurt)
B. Tijdens de beleving van depersonalisatie blijft de realiteitstoetsing intact
C. De depersonalisatie veroorzaakt in significante mate lijden of beperkingen in het sociaal of beroepsmatig functioneren of het functioneren op andere belangrijke terreinen
D. De beleving van depersonalisatie komt niet uitsluitend voor in het beloop van een andere psychiatrische stoornis zoals schizofrenie, paniekstoornis of een andere dissociatieve stoornis en is niet het gevolg van de directe fysiologische effecten van een middel (bijvoorbeeld drug, geneesmiddel) of een somatische aandoening (bijvoorbeeld temporaalkwab epilepsie)

Depersonalisatie als symptoom

In plaats van een apart ziektebeeld, kan depersonalisatie ook als een symptoom voorkomen bij:
schizofrenie, depressie, angststoornissen, paniekstoornissen, agorafobie, obsessieve compulsieve stoornis, druggebruik, slaaponthouding, jetlag, temporale epilepsie, migraine, rouwreacties, na een traumatische gebeurtenis, schizoïde persoonlijkheidsstoornis.

Derealisatie

De depersonalisatiestoornis heeft als belangrijkste kenmerk een gevoel van los staan of op afstand zijn van eigen psychische processen of het eigen lichaam. Bij derealisatie wordt de omgeving of bekenden als onwerkelijk ervaren.

Normaal versus pathologische depersonalisatie

• Gewone ervaringen depersonalisatie
- Doet zich voor als geïsoleerd symptoom
- Eén of twee episodes
- Korte duur: van seconden tot minuten
- Luxerende factoren: ernstige vermoeidheid, slaaptekort, extreme spanning of stress, isolatie of zintuiglijke deprivatie, alcohol of drugs, lichamelijke ziekten

• Voorbijgaande depersonalisatie
- Doet zich voor als geïsoleerd symptoom
- Eén voorbijgaande episode
- Beperkte duur: van minuten tot weken
- Luxerende factoren: levensbedreigend gevaar, éénmaal ernstig, psychologisch trauma

• Chronische / pathologische depersonalisatie
- Doet zich (meestal) voor in cluster met andere dissociatieve symptomen
- Terugkerende of voortdurende episodes
- Chronisch (dagelijks tot wekelijks) gedurende lange episodes (tot vele jaren)
- Niet geassocieerd met luxerende factoren zoals beschreven bij gewone ervaringen depersonalisatie. Kan voorafgegaan worden door herinnering aan trauma of stressvolle
gebeurtenis, maar doet zich ook voor bij afwezigheid van een duidelijke stressfactor. Is niet gekoppeld aan één enkel ernstig trauma

Ontstaan

Bij de depersonalisatiestoornis, vindt men net als bij de andere dissociatieve stoornissen, vaak aan ernstige traumatische gebeurtenissen in de kindertijd.

Voorkomen

Omdat depersonalisatie een vrij algemeen symptoom is dat zich voordoet bij verschillende psychiatrische stoornissen is onderzoek moeilijk. Het is dan ook onduidelijk hoe vaak de depersonalisatiestoornis voorkomt.

Depersonalisatie en DIS

Bij DIS-patiënten wordt depersonalisatie vaak ervaren als: uittredingen uit het lichaam, gevoel alsof lichaam niet van hen is, naast zichzelf staan en zichzelf iets zien doen.

Dissociatieve Amnesie

Dissociatieve amnesie is een episode van geheugenverlies die verder gaat dan de normale vergeetachtigheid en die niet door DIS of organische oorzaken kan worden verklaard. Dissociatieve amnesie heette eerder ook psychogene amnesie.

DSM IV criteria
A. De belangrijkste stoornis bestaat uit een of meer episodes van onvermogen zich belangrijke persoonlijke gegevens te herinneren, meestal van traumatische of stressveroorzakende aard, die te uitgebreid is om verklaard te worden door gewone vergeetachtigheid.
B. De stoornis komt niet uitsluitend voor in het verloop van een "dissociatieve identiteitsstoornis", "dissociatieve fugue", "posttraumatische stress-stoornis", "acute stress-stoornis of "somatisatie-stoornis" en is niet het gevolg van de directe fysiologische effecten van een middel (bijvoorbeeld drug, geneesmiddel) of een neurologische of andere somatische aandoening (bijvoorbeeld amnestische stoornis als gevolg van een schedeltrauma).
C. De verschijnselen veroorzaken in significante mate lijden of beperkingen in het sociaal of beroepsmatig functioneren of het functioneren op andere belangrijke terreinen.

Typen dissociatieve amnesie
1. Gelokaliseerde amnesie
onvermogen zich alle gebeurtenissen gedurende een beperkte periode te herinneren. Meestal de eerste paar uren na een schokkende gebeurtenis.
2. Selectieve amnesie
onvermogen zich sommige, maar niet alle gebeurtenissen gedurende een beperkte periode te herinneren.
3. Algehele amnesie
de geheugenstoornis heeft betrekking op het gehele leven.
4. Voortdurende amnesie
onvermogen zich de gebeurtenissen tot en met de huidige ervaringen te herinneren.

Ontstaan

Het geheugenverlies is meestal gekoppeld aan traumatische of extreem stressvolle gebeurtenissen, bijvoorbeeld bij mensen in oorlogssituaties en bij slachtoffers van een eenmalige ernstige traumatische gebeurtenis. Tevens kan het optreden als afweer tegen heftige schuldgevoelens, bijvoorbeeld de persoon heeft iets gedaan wat volledig indruist tegen zijn normen en waarden.

Voorkomen

Van de dissociatieve stoornissen komt de dissociatieve amnesie waarschijnlijk het meeste voor, maar er bestaat nauwelijks onderzoek over.

Dissociatieve Fugue

Dissociatieve fugue is een episode van geheugenverlies die verder gaat dan de normale vergeetachtigheid en die niet door DIS of organische oorzaken kan worden verklaard. Dissociatieve fugue heette eerder ook psychogene fugue. Het verschil met dissociatieve amnesie is dat degene zich niet bewust is van het geheugenverlies.

DSM IV criteria

A. Het belangrijkste van de stoornis bestaat uit het plotseling en onverwacht op reis gaan, weg van huis of de gebruikelijke werkplek met het onvermogen zich het eigen verleden te herinneren
B. Verwarring over de eigen identiteit of het aannemen van een nieuwe identiteit (gedeeltelijk of geheel)
C. De stoornis komt niet uitsluitend voor in het beloop van een dissociatieve identiteitsstoornis en is niet het gevolg van de directe fysiologische effecten van een middel (bijvoorbeeld drug, geneesmiddel) of een somatische aandoening (bijvoorbeeld temporaalkwab epilepsie)
D. De symptomen veroorzaken in significante mate lijden of beperkingen in het sociaal of beroepsmatig functioneren of het op functioneren andere belangrijke terreinen

Ontstaan

Net als bij de dissociatieve amnesie is er bij de dissociatieve fugue sprake van geheugenverlies. Het verschil is dat naast het onverwacht reizen, de patiënt met een dissociatieve fugue zich niet bewust is van het geheugenverlies, terwijl de patiënt met een dissociatieve amnesie zich wel daarvan bewust is. Ook bij de dissociatieve fugue is er meestal sprake van aan traumatische of extreem stressvolle gebeurtenissen.

Voorkomen

Net als bij de dissociatieve amnesie, is het onbekend hoe vaak het voorkomt en bestaat er nauwelijks onderzoek over.
  

Powered by phpBB © 2001-2010 phpBB Group -- Sitemap -- Mobiele Versie -- Contact